Factsheet Kinderrechten

Eeuwenlang is er weinig aandacht besteed aan de rechten van kinderen. Kinderarbeid was in vrijwel alle landen de normaalste zaak van de wereld en het overgrote deel van de kinderen ging nooit naar school. Pas vanaf de 18e eeuw werd er meer aandacht besteed aan de bijzondere behoeften van kinderen en pas aan het begin van de 20e eeuw werden in de meeste Westerse landen wetten ingevoerd ter bescherming van kinderen.

In 1923 stelde Eglantyne Jebb, de oprichtster van Save the Children, de ‘Universele Verklaring van de Rechten van het Kind’ op. Een jaar later, in 1924, werd de ‘Verklaring van Genève’ tot stand gebracht, waarmee kinderrechten voor het eerst internationaal werden omschreven. De ontberingen in de Tweede Wereldoorlog gaven hieraan een volgende impuls, waarna op 20 november 1959 de ‘Verklaring van de Rechten van het Kind’ van de Verenigde Naties tot stand kwam. Naar aanleiding van het Internationale Jaar van het Kind in 1979 werd de discussie over het omzetten van deze Verklaring in een bindend verdrag op gang gebracht. Deze omzetting vond uiteindelijk plaats op 20 november 1989 en het daaruit vloeiende ‘Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind’ (IVRK) trad op 2 september 1990 in werking. Alle landen van de wereld hebben het Verdrag ondertekend, alleen de Verenigde Staten en Somalië hebben het nog niet geratificeerd. Dit wil zeggen dat het in die landen nog niet officieel in werking is getreden. In Nederland is het Verdrag op 8 maart 1995 in werking getreden.

Het huidige internationale jeugdrecht is dus nog behoorlijk jong. De meeste bepalingen van internationaal jeugdrecht zijn pas in de laatste 25 jaar van de 20e eeuw ontstaan en zijn ook nu nog sterk in ontwikkeling. Door deze betrekkelijk recente ontwikkeling botst het internationale jeugdrecht nog regelmatig met andere rechtsgebieden, zoals bijvoorbeeld het vreemdelingenrecht. Er is daarom veel aandacht nodig om de in het IVRK vastgelegde rechten op te nemen in de maatschappij en af te stemmen op andere rechtsgebieden.

Opbouw van het Verdrag
In het IVRK staat het kind centraal. Kinderen maken een eigen ontwikkeling door en hebben hiervoor bijzondere aandacht en bescherming nodig. In het verdrag zijn alle kinderrechten gebundeld en is uitgebreide regelgeving neergelegd die specifiek op kinderen is gericht. Deze regelgeving gaat verder dan het waarborgen van bescherming. Kinderen hebben in het bijzonder ruimte nodig om te groeien en ontwikkelen. In het verdrag zijn daarom niet alleen burgerlijke en politieke rechten, maar ook sociale, culturele en economische rechten vastgelegd. Dit betekent dat regeringen zich actief moeten inzetten om te zorgen dat kinderen de zorg en aandacht krijgen die ze verdienen.

Om te verzekeren dat kinderen zelf worden betrokken bij het vormgeven van hun eigen rechten en plichten, is in artikel 12 het recht op participatie van kinderen vastgelegd. Dit betekent dat kinderen een eigen mening mogen vormen en uiten over zaken die hen, direct of indirect, aangaan. Denk daarbij bijvoorbeeld aan beslissingen over medische behandelingen, toewijzing van kinderen aan één van de ouders of een voogd en het deelnemen aan rechtszaken.
De 54 artikelen van het IVRK zijn verdeeld in drie verschillende delen. Het eerste deel (1-41) bestaat uit de inhoudelijke rechten van kinderen zoals het recht op gezondheidszorg, het recht op onderwijs, het recht op voedsel en het recht op speelmogelijkheden. Het tweede deel (42-45) bestaat uit bepalingen over toezicht en verslaggeving over de kinderrechten en het derde deel bestaat uit procedurele regels over de toepassing van kinderrechten.

Discussie
Alhoewel de totstandkoming van het IVRK een belangrijke stap is om de rechten van kinderen te bundelen, zijn er een aantal gebieden waarop het verdrag minder uitvoerig is dan andere verdragen. In artikel 41 is daarom bepaald dat bepalingen in andere verdragen die meer bijdragen aan het belang van het kind voorrang hebben boven het IVRK. Daarnaast zijn er aan het IVRK twee aanvullende protocollen toegevoegd voor de bescherming van kinderen in gewapende conflicten en voor de bescherming van kinderen tegen seksuele exploitatie.

Een belangrijk punt van kritiek op het IVRK is het feit dat er geen individueel klachtrecht in is opgenomen. Kinderen hebben hierdoor (nog) niet de mogelijkheid om zelf naar de rechter te stappen om hun rechten af te dwingen en moeten daarom worden bijgestaan door aparte overheidsorganisaties of organisaties die zich inzetten voor kinderrechten.

Bij de totstandkoming van het verdrag zijn er een aantal onderwerpen besproken die erg veel discussie hebben opgeroepen. Dit waren onder meer de bescherming van het ongeboren kind, adoptie, vrijheid van godsdienst en de minimumleeftijd voor het rekruteren van kinderen voor het leger en voor kinderarbeid.

Wat betreft het onderwerp abortus hebben de opstellers van het verdrag besloten de regelgeving aan de afzonderlijke staten over te laten. De regelgeving voor adoptie is overgenomen van het islamitische recht, omdat deze minder uitvoerig is dan de westerse regelgeving op dit onderwerp. Ook bij de bepaling betreffende de vrijheid van godsdienst is rekening gehouden met de islamitische landen, omdat zij bezwaar hadden tegen de mogelijkheid dat kinderen een andere godsdienst zouden kunnen kiezen dan hun ouders. Het IVRK is wel bekritiseerd, omdat het te veel vanuit westers oogpunt zou zijn opgesteld.

Toezicht
Het Internationaal Comité inzake de Rechten van het Kind houdt toezicht op de naleving van het IVRK. Sinds februari 2003 bestaat het Comité uit 18 onafhankelijke deskundigen, die worden gekozen door de landen die partij zijn bij het verdrag. Verdragsstaten moeten elke vijf jaar bij het Comité een rapport indienen, waarin zij aangeven welke maatregelen ze hebben genomen om de rechten van kinderen te bevorderen en welke vooruitgang ze hebben geboekt om deze rechten te verwezenlijken. Op basis van deze rapporten doet het Comité aanbevelingen aan de betrokken landen. Het Comité is echter niet bevoegd om sancties op te leggen of bindende uitspraken te doen tegen landen die het verdrag schenden.

Save the Children en kinderrechten
Save the Children baseert zich bij al haar werkzaamheden op het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind. Deze zogenaamde rechtenbenadering is verschillend van de benadering die uitgaat van de behoeften van kinderen. De doelstelling is in beide gevallen om mensen in nood te helpen om te overleven en om hun persoonlijke vaardigheden te helpen ontwikkelen. De uitgangspunten zijn echter fundamenteel verschillend.

Een belangrijk verschil is dat het bij de behoeftenbenadering niet absoluut noodzakelijk is om aan de doelgroep (kinderen en hun gemeenschap) verantwoording af te leggen over de bereikte resultaten; bij een rechtenbenadering is dat wel het geval. Hierdoor kan beter beoordeeld worden of er voldoende verbetering heeft plaatsgevonden of dat er verder gewerkt moet worden om de in het IVRK neergelegde doelstellingen te bereiken. Organisaties die zich laten leiden door duidelijk omschreven internationale rechten kunnen de projecten zodanig opzetten dat ze elkaar versterken om de lange termijn doelen te behalen.

Een tweede belangrijk verschil is dat mensen bij de rechtenbenadering in staat gesteld worden om hun eigen leefomstandigheden te verbeteren. Zij zijn geen ‘problemen’ die opgelost moeten worden, maar individuele en capabele mensen die met het IVRK in de hand voor de naleving van hun eigen rechten kunnen opkomen. Rechten kunnen daarbij in zijn geheel worden opgeëist, terwijl behoeften ook slechts gedeeltelijk kunnen worden ingevuld. Ook zijn de rechten universeel en gelijk in rang, zodat ze uiteindelijk allemaal moeten worden nageleefd, terwijl behoeften per gebied verschillen en ook door elkaar verdrongen kunnen worden.

De belangrijkste 4 principes die Save the Children bij al haar projecten en programma’s in de gaten houdt zijn:

  • Het belang van het kind staat centraal: elk probleem wordt benaderd vanuit de positie van het kind. De meningen en ervaringen van familieleden, leraren en andere belangrijke personen in het leven van een kind worden daarbij ook betrokken voor zover dit van belang is voor het welzijn van het kind. Bij het bepalen van het belang van het kind wordt rekening gehouden met de leeftijd.
  • Non-discriminatie: hiertoe worden zowel actieve discriminatie als passieve discriminatie als gevolg van een gebrek aan aandacht bestreden. Kinderen en volwassenen hebben in deze benadering gelijkwaardige rechten en plichten. Dit betekent niet dat ze ook gelijke rechten en plichten hebben. Discriminatie tussen jongens en meisjes wordt ook actief bestreden. Dit betekent dat zowel gelijke toegang tot bijvoorbeeld onderwijs en gezondheidszorg wordt nagestreefd, maar ook actieve voorlichting van vrouwen en meisjes over hun rechten en plichten.
  • Het recht op leven en ontwikkeling: kinderen krijgen de mogelijkheid hun persoonlijke kwaliteiten tot ontwikkeling te brengen en hun eigen leven vorm te geven. Kwalitatief onderwijs is hierbij van groot belang, maar ook gezonde voeding en een veilige leefomgeving.
  • Participatie van kinderen: kinderen ontwikkelen zich tot actieve burgers door zelf mee te praten, te denken en te beslissen over onderwerpen die voor hen belangrijk zijn. Er moeten speciale mogelijkheden voor kinderen gecreëerd worden om deel te nemen in maatschappelijke debatten en om hun mening in besluitvormingsprocedures mee te nemen, omdat zij zelf nog niet actief werkzaam zijn in de maatschappij.

Om projecten en programma’s zoveel mogelijk aan de actuele ontwikkelingen aan te kunnen passen, doet Save the Children regelmatig onderzoek onder kinderen en jonge moeders. De verschillende ontwikkelingsfasen van kinderen worden hierbij nauwlettend in de gaten gehouden. Ook wordt er bijzondere aandacht besteed aan de culturele context waarin sommige problemen zich voordoen en aan de interactie tussen verschillende culturen. Een voorbeeld hiervan zijn de problemen van kinderen van wie de vader en moeder verschillende culturele achtergronden hebben of van wie de ouders een andere achtergrond hebben dan het land waarin ze wonen. Ook wordt er aandacht besteed aan de verschillende behoeftes van jongens en meisjes. Kinderen kunnen bijvoorbeeld gelijke toegang hebben om naar school te gaan, maar als er onderweg of op school specifieke gevaren bestaan (bijvoorbeeld het risico op verkrachting) kan er per saldo toch een ongelijke jongens/meisjes verhouding blijven bestaan. Ook omstandigheden in de familie (zorg voor kinderen/werken op het land) zullen moeten worden aangepakt om een gelijke behandeling van jongens en meisjes te bevorderen.

Programmering gebaseerd op kinderrechten
Als Save the Children programma’s en projecten ontwerpt op basis van de Rechten van het Kind vindt dit in een aantal stappen plaats.

1) analyse van de situatie in een bepaald gebied
Bij de analyse van de situatie wordt onderzocht of er aparte wetgeving voor kinderen is ingevoerd, of deze wordt toegepast en hoe de bevolking daar mee omgaat. Er wordt onderzocht of en zo ja welke rechten geschonden worden, of er bepaalde kinderen zijn die extra de dupe zijn van schendingen, wat hiervan de gevolgen zijn en of de regering in haar beleid rekening houdt met deze schendingen (of hier zelf de veroorzaker van is). De oorzaken van de schendingen worden in kaart gebracht (familiestructuren, sociale structuren, rechtsstelsels, gebrek aan middelen, heersende publieke opinie en media) en vastgesteld wordt wie verantwoordelijk gehouden kan worden voor de schendingen. Eventuele problemen worden -indien mogelijk- onder de aandacht van de plaatselijke gezagsdragers gebracht. Ook de mening en ervaring van de kinderen zelf wordt hierbij nadrukkelijk meegenomen.

2) het stellen van prioriteiten
Bij het stellen van prioriteiten wordt bepaald wat de ergste schendingen zijn, hoe vaak deze plaats vinden en of deze verergerd of verminderd zijn ten opzichte van eerdere periodes. Onderzocht wordt of er andere onafhankelijke organisaties zijn die kunnen helpen bij de bestrijding van de schendingen en of er steun van de overheid aanwezig is. De capaciteit, ervaring en logistiek worden beoordeeld en de aanwezigheid van fondsen zijn belangrijk voor het succesvol uitvoeren van projecten. Tot slot wordt bepaald of het rendement van het project opweegt tegen de middelen die gebruikt worden. Ook in deze fase weegt de mening van kinderen en hun gemeenschap zwaar mee.

3) uitvoering
De uitvoering van projecten bestaat uit drie pijlers: 1. het opzetten van projecten om rechtsschendingen op te heffen; er worden scholen opgezet, docenten opgeleid, medische voorzieningen opgebouwd etc. 2. het verbeteren van de infrastructuur 3. het bewustmaken van bevolking en gezagsdragers van de rechtsschendingen en van manieren om deze te bestrijden. Deze verschillende doelstellingen worden gecombineerd en elkaar aanvullend opgezet. Save the Children gaat niet in eerste instantie aan de slag om zélf de problemen op te lossen, maar richt zich in het bijzonder op de capaciteitsopbouw van de bevolking (waaronder de kinderen zelf) om zo vooruitgang voor de toekomst te garanderen.

4) toezicht en evaluatie
Om de vooruitgang en het succes van de projecten te kunnen beoordelen, worden duidelijke doelen gesteld die binnen bepaalde periodes behaald moeten worden. Bij de evaluatie worden zowel de daadwerkelijke veranderingen in de levensomstandigheden onderzocht als de verandering in het beleid van de overheid of van grotere organisaties. Tot slot wordt aandacht besteed aan de ervaringen en bewustwording van de kinderen.

Save the Children en het recht op participatie
In het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind is het recht van kinderen en jongeren vastgelegd om op basis van hun eigen kennis en ervaring hun mening te geven, mee te beslissen en veranderingen tot stand te brengen. Op basis van dit principe heeft Save the Children als standaard beleid om kinderen en jongeren te betrekken bij alles wat direct van invloed is op hun leefomgeving. Bij het ontwerpen en uitvoeren van alle projecten schenkt Save the Children daarom veel aandacht aan het bewerkstelligen van actieve participatie van kinderen en jongeren. Daarbij wordt niet alleen rekening gehouden met de wensen en verlangens van de kinderen zelf, maar ook met de ideeën van hun ouders, verzorgers, familieleden, leraren en gemeenschapsleiders.

In de loop der jaren heeft Save the Children veel prioriteit gegeven aan jongerenparticipatie binnen haar werk. Binnen de organisatie functioneert een internationale werkgroep jongerenparticipatie die wereldwijd werkt aan capaciteitsopbouw, onder meer door vele ervaringen rondom dit kinderrecht vast te leggen en te publiceren. Participatie is belangrijk omdat:

  • het één van de belangrijkste manieren is om kinderen actief te betrekken in hun gemeenschap als actieve en verantwoorde burger. In sommige gemeenschappen maken kinderen en jongeren soms meer dan 40% uit van de lokale bevolking;
  • het kinderen helpt om zich voor te bereiden op hun toekomstige verantwoordelijkheden als volwassenen. Het is een oefening in democratie;
  • het inzicht vergroot in nieuwe onderwerpen voor kinderen en jongeren en helpt hun vertrouwen te bevorderen in instituties die zich op hulp aan kinderen richten;
  • het kinderen en jongeren erkent als rechthebbenden die hun eigen lot en dat van hun eigen gemeenschappen zelf vormgeven.


Meer informatie

Over het Internationale Verdrag voor de Rechten van het Kind:
www.savethechildren.nl/nl/kinderrechten/verdrag.htm
www.kinderrechten.nl

Over het recht op participatie:
www.savethechildren.nl/nl/ons/jongerenparticipatie.htm
www.savethechildren.net/alliance/resources/publications.html#partcipation
www.jeugdraad.nl/watdoenwij.php