Noodhulp en structurele hulp
Noodhulp
De noodhulp die wij verlenen is gericht op kinderen en hun ouders die getroffen worden door noodsituaties, zoals natuurgeweld, hongersnood of oorlog. Mensen worden vaak onverwacht getroffen door een ramp, waardoor ouders niet meer in staat zijn zichzelf en hun kinderen van de eerste levensbehoeften en een veilige woonomgeving te voorzien. De hulp die wij in deze gevallen bieden bestaat daarom meestal in eerste instantie uit het voorzien van mensen van onderdak, eten, schoon water en gezondheidszorg. Daarnaast vangen we kinderen op die door noodsituaties getroffen worden. Zo zetten we in rampgebieden veilige speelplaatsen op, waar kinderen worden beschermd en veilig kunnen spelen, herenigen we kinderen die gescheiden zijn van hun ouders met familie, zetten we noodonderwijs op om het leven van kinderen te helpen normaliseren, en bieden we kinderen psychosociale hulp.
Na het verlenen van noodhulp gaat de hulp over in wederopbouw. In de wederopbouwfase wordt er gewerkt aan het repareren van huizen en infrastructuur, aan het heropbouwen van onderwijs- en gezondheidsvoorzieningen en aan het herstel van de werkgelegenheid. Wederopbouw kan vervolgens overgaan in structurele hulp.
Doordat Save the Children in veel landen eigen veldkantoren heeft kunnen we in noodsituaties snel ingrijpen, en hebben we vaak al contacten met leveranciers van noodgoederen. Zo hebben we in 2008 onder andere noodhulp verleend aan slachtoffers van de cycloon Nargis in Birma. In een aantal landen bieden we hulp in chronische noodhulpsituaties, zoals in de Palestijnse gebieden en Soedan.
Structurele hulp
Om mensen in ontwikkelingsgebieden op de lange termijn te helpen is structurele hulp nodig. Dit betekent een vruchtbare samenwerking tussen autoriteiten, gemeenschappen, scholen en verzorgers in ontwikkelingslanden; tussen organisaties onderling in de donorlanden, alsook tussen internationale organisaties en overheden.
Save the Children hecht daarom groot belang aan een langdurige en lokale aanwezigheid in de landen waar ze programma’s uitvoert. Op deze wijze kan de organisatie over gedetailleerde en actuele lokale informatie beschikken en de basis leggen voor een netwerk van relaties en samenwerkingsverbanden, die noodzakelijk zijn voor maatschappijopbouw en beleidsbeïnvloeding.






