Aangrijpende verhalen van gevluchte Rohingya-kinderen

Meer dan 450.000 Rohingya, onder wie 270.000 kinderen, zijn de afgelopen weken Myanmar ontvlucht. Zij leven nu opeengepakt in provisorische opvangkampen in Cox’s Bazar in Bangladesh.

Save the Children helpt de kinderen en volwassenen in de kampen. Lees het aangrijpende ooggetuigenverslag van Mike Novell, directeur van Save the Children Azië:

Wat kan, in slechts een paar weken tijd, een exodus van meer dan 430.000 mensen veroorzaken?
Het antwoord: aanvallen op dorpen, moorden en verkrachtingen. Onze medewerkers in Cox’s Bazar hebben van kinderen, die meer dan de helft van het aantal pas gearriveerde Rohingya uitmaken, veel gehoord over de gruweldaden die hen de deelstaat Rakhine in Myanmar deden ontvluchten.
 
“Mijn vader en moeder zijn gedood”
Zo vertelde de 10-jarige Sharifa, die haar ouders door het geweld is verloren: “Militairen kwamen naar mijn dorp om iedereen te vermoorden. Mijn vader en moeder zijn door hen gedood. Ik ben weggerend en heb me een dag lang schuilgehouden in het bos. De volgende ochtend zag ik mensen langslopen. Ik heb me bij hen aangesloten en ben met hen de grens over gelopen.”

Herinneringen aan Vietnamese bootvluchtelingen
De enorme stroom vluchtelingen doet me denken aan begin jaren ‘80, toen ik als kersverse hulpverlener in Indonesië Vietnamese bootvluchtelingen opving. Save the Children zorgde toen voor noodhulp in de officiële opvangkampen, maar we stonden ook vaak op het strand te wachten om hulp te kunnen verlenen zodra er weer een bootje arriveerde. Ik zie de volgepakte vissersbootjes nog voor me, de een na de ander, met al die angstige gezichten aan boord. Er waren altijd veel kinderen bij.

Kinderen in het oog van de storm
We zijn nu meer dan dertig jaar verder en weer ontrolt zich een vluchtelingencrisis voor het oog van de wereld. En opnieuw bevinden kinderen zich in het oog van de storm. Kinderen zoals de 15-jarige Kabir: “We hoorden dat het leger eraan kwam en zijn toen meteen ons huis uitgerend. Mijn moeder was te ziek om mee te kunnen gaan. Een paar minuten later keek ik om en zag ons huis branden. Ik heb mijn moeder niet kunnen redden.”

Kabir leeft nu samen met haar broer in een provisorisch opvangkamp in Cox’s Bazar. Ze hebben 13 dagen gelopen. “We hebben geen huis meer en geen voedsel, alleen nog een paar kleren.”
 

1.500 kinderen zijn alleen
Kabir en Sharifa maken deel uit van een groep van minstens 1.500 kinderen die hun familieleden door het geweld zijn verloren of in de paniek van het vluchten zijn kwijtgeraakt. Save the Children brengt deze kinderen onder op veilige plekken in de kampen in Cox’s Bazar en helpt hen onder andere bij het terugvinden van nog levende familieleden. Kinderen als deze zijn extreem kwetsbaar en lopen een groot risico op uitbuiting, misbruik en mensenhandel.

Gastvrije bevolking
De lokale bevolking is enorm behulpzaam geweest en heeft haar schaarse hoeveelheden water en voedsel gedeeld.  Maar de snelheid waarmee de vluchtelingenpopulatie toeneemt, legt een grote druk op de bewoners. Er heerst chaos en de aanhoudende hevige regenval maakt mensen wanhopig.

Dekzeilen, kookgerei en hygiëne-artikelen
Hulporganisaties als de onze werken, in nauwe samenwerking met de overheid, de klok rond om nieuwkomers te helpen. Nieuwkomers die na dagen lopen uitgeput en uitgehongerd aankomen. Save the Children heeft dekzeilen, kookgerei en hygiëne-artikelen uitgedeeld en veilige speelplekken gecreëerd voor kinderen. Maar er is meer hulp nodig. Duizenden andere mensen hebben ook dringend behoefte aan onderdak, voedsel, drinkwater, toiletartikelen en wc’s en wasgelegenheden. Ook moeten we getraumatiseerde kinderen helpen om hun leven weer op te pakken door psychosociale zorg te bieden en onderwijs.
 

Stop het geweld!
Kinderen verdienen het om op te groeien in een veilige omgeving. Wij roepen het leger van Myanmar en alle andere partijen in het conflict daarom op om het geweld in het noorden van Rakhine te stoppen. De internationale gemeenschap moet er alles aan doen om de Rohingya te beschermen. In de tussentijd gaan wij door met het verlenen van hulp aan kinderen zoals Kabir en Sharifa. We moeten er alles aan doen om ook hen een toekomst te bieden.