Actieplan tegen uitgeprocedeerde migranten rampzalig voor kinderen

Donderdag presenteerde de Europese Commissie een aanbeveling om meer migranten te laten terugkeren naar hun landen van herkomst. De Europese Commissie wil dat asielprocedures sneller afgerond worden, stuurt aan op meer gedwongen terugkeer en wil dat migranten die moeten vertrekken eerder en langer worden opgesloten voor uitzetting. Nederland en andere EU-lidstaten zouden van de Europese Commissie deze aanbeveling moeten overnemen in hun terugkeerprocedures. 

Terugkeer klinkt abstract, maar het gaat over mensenlevens, onder meer over kinderen. Voor hen is de aanbeveling een stap terug. Ze druist in tegen het VN-kinderrechtenverdrag en draagt niet bij aan een oplossing. De constante dreiging van gedwongen uitzetting leidt ertoe dat kinderen verdwijnen uit de opvang en hun eigen weg kiezen, met alle risico's van dien. Nederland moet zich daarom verzetten tegen deze terugkeervisie van de Europese Commissie en ervoor zorgen dat dit geen standaard Europees beleid wordt.   

Terugkeer is een onderdeel van de asiel- en migratieprocedure. Mensen die geen recht hebben op asiel of een andere verblijfsstatus moeten terug. Maar alleen als het kan. Ten eerste kán dat alleen wanneer mensen überhaupt asiel hebben kunnen aanvragen en een procedure hebben kunnen doorlopen. En ten tweede moet terugkeer gegarandeerd veilig zijn voor kinderen en hun familie. 

Of kinderen nou alleen naar Europa zijn gekomen of met hun ouders, altijd moet gelden dat per geval gekeken wordt welk besluit in hun belang is. Dat kan terugkeer zijn; kinderen kunnen werken aan hun toekomst bij een goed begeleide en zorgvuldige terugkeer. Daarbij moet wel altijd het belang van het kind voorop staan met een op het kind gericht reïntegratieplan. 

Maar het opsluiten van kinderen is niet in hun belang, ook niet als dat gebeurt in een "gezinsvriendelijke setting" of voor korte duur, voorafgaand aan hun uitzetting. Dat beschadigt hen enorm. Kinderen die opgesloten zijn, lopen een verhoogd risico dat ze zichzelf iets aandoen; ze zijn vaak angstig en raken dikwijls hun vertrouwen in volwassenen en autoriteiten kwijt. Detentie maakt kinderen niet sterk genoeg om terugkeer succesvol te maken. Het maakt hen zwakker.

We kennen vele voorbeelden van kinderen die zijn teruggestuurd naar landen als Irak, Afghanistan en Armenië, met wie het geestelijk en fysiek beroerd gaat. Deze kinderen zijn midden in de nacht opgepakt, gevangen gezet, gedwongen hun leven in één boodschappentas te stoppen en vervolgens uitgezet. Na hun terugkeer gaan ze vaak niet naar school, blijven ze gedwongen binnen omdat het buiten te gevaarlijk is, vinden ze geen aansluiting bij de maatschappij en op school, kunnen ze eventuele medische behandelingen niet voortzetten en staan ze bloot aan huiselijk geweld. 

Terugsturende landen doen zelden verifieerbaar onderzoek naar het belang van het kind, hebben geen idee van de omstandigheden waarnaar ze kinderen terugsturen en controleren vervolgens niet hoe het met een teruggestuurd kind gaat. Hierdoor weet men niet hoe terugkeerplannen aangepast moeten worden voor kinderen. Deze laatste punten komen niet terug in de EU aanbeveling. Dat is zeer zorgelijk. De EU en haar lidstaten zouden juist leidend moeten zijn in het beschermen van kinderrechten, niet in het nemen van besluiten die daar tegenin druisen. 

Wij roepen de Europese lidstaten, Nederland voorop, daarom op de rechten van vluchtelingen en migrantenkinderen serieus te nemen. Dat betekent dat ze allereerst zorgen dat terugkeerprocedures voor alle kinderen alleen plaatsvinden op basis van een individuele belangenafweging. Daarnaast moeten ze kinderen en hun families voorafgaande aan een uitzetting niet opsluiten. De nieuwe plannen van de Europese Commissie zijn een stap achteruit. 

Suzanne Laszlo, directeur UNICEF Nederland
Aloys van Rest, directeur Defence for Children
Pim Kraan, directeur Save the Children

Dit opiniestuk is op 9 maart 2017 gepubliceerd in dagblad Trouw.