Dringend voedselhulp nodig voor bijna 150.000 Rohingya-kinderen

Rohingya-kinderen in het Bengaalse district Cox’s Bazar hebbend dringend voedselhulp nodig. Nu al zijn 14.000 kinderen onder de 5 jaar ernstig ondervoed.

In totaal hebben 145.000 kinderen en 73.000 volwassenen, onder wie 50.000 zwangere en borstvoeding gevende vrouwen, onmiddellijk hulp nodig om ondervoeding te voorkomen of te behandelen. 

“Het aantal kinderen dat hongerig en ondervoed in Cox’s Bazar aankomt, is alarmerend hoog”, vertelt Dr. Unni Krishnan, directeur van de noodhulpafdeling van Save the Children vanuit Bangladesh. “Na hun vlucht voor het geweld en bloedvergieten in Myanmar, worden ze nu opnieuw blootgesteld aan verschrikkingen. Om te overleven, zijn ze afhankelijk van voedselhulp. Bovendien zijn de hygiënische omstandigheden in de opvangkampen slecht en is het beschikbare water vervuild. Daardoor is de kans op een cholera-uitbraak groot. Ondervoede en verzwakte kinderen zijn extra vatbaar voor ziektes als cholera en lopen een grotere kans hieraan te overlijden.”
 
“Ik ben al meer dan 20 jaar hulpverlener, maar een situatie als deze heb ik nog nooit gezien”, aldus Dr. Unni Krishnan. Het aantal Rohingya dat sinds 25 augustus in Bangladesh is aangekomen, is inmiddels opgelopen tot 507.000. Onder hen zijn ruim 300.000 kinderen. “Mensen zijn radeloos. Als ik door de opvangkampen wandel, zie ik te veel kinderen die alle tekenen van honger en acute ondervoeding vertonen.” Negen mobiele medische teams van Save the Children zijn actief in Cox’s Bazar. Naast basisgezondheidszorg en psychosociale zorg behandelen zij nu vooral ondervoede kinderen en geven ze extra zorg aan moeders die borstvoeding geven. “We doen wat we kunnen, maar er is meer hulp nodig. We moeten alles op alles zetten om slachtoffers te voorkomen.”
 
Save the Children was al actief in Bangladesh, maar heeft sinds eind augustus haar activiteiten in Bangladesh flink uitgebreid. Sindsdien zijn 23.578 mensen, onder wie 13.979 kinderen, door ons van noodhulp voorzien. De komende tijd hopen wij nog eens 30.000 families (circa 190.000 mensen) te voorzien van onder andere voedsel, medische hulp, dekzeilen, zeep en emmers. Ook zetten wij ons in voor de bescherming van (alleenstaande) kinderen.