10 procent gevluchte kinderen uit Congo is verkracht

Een op de tien kinderen die vanuit Congo in Oeganda aankomt, zegt tijdens de vlucht te zijn verkracht. Dat blijkt uit nieuw onderzoek van Save the Children. De kinderen horen bij de duizenden gevluchte Congolezen die elke week in Oeganda aankomen.

Het onderzoek, waarvoor 132 kinderen van 10-17 jaar werden bevraagd over hun veiligheid en behoefte aan onderwijs, legt ook bloot dat honger het vaakst een probleem is tijdens de vlucht uit de Democratische Republiek Congo (DRC); 81 procent van de kinderen gaf aan honger te lijden. Ruim de helft (53 procent) werd onderweg getroffen door ziekte, een kwart (27 procent) van de ondervraagde kinderen zegt te zijn aangevallen tijdens de gevaarlijke vlucht.
 
Directeur noodhulp Johnson Byamukama van Save the Children in Oeganda
“De DRC is een vergeten crisis. Elke dag komen gevluchte kinderen aan in Oeganda die hulp nodig hebben. Ze vertellen over verkrachtingen, de dood van ouders, over extreem geweld. Twee kinderen vertelden hoe ze hun ouders kwijtraakten na een aanval op hun dorp. Toen ze hoorden dat hun moeder misschien nog leefde gingen ze naar huis, daar vonden ze haar lijk. Ze moesten vervolgens de gevaarlijke oversteek naar Oeganda opnieuw maken. Dat soort hartverscheurende verhalen komen maar al te vaak voor.”
 
Dringend extra geld nodig
Save the Children stelt dat er dringend extra fondsen nodig zijn, onder meer voor psychosociale hulp en ondersteuning voor slachtoffers van seksueel geweld. Hoewel de nood enorm is, kampen zowel de hulp voor vluchtelingen in de DRC als in Oeganda met zware tekorten. Vrijdag zegden donoren in Genève bijna een derde toe van de benodigde 1,68 miljard dollar; lang niet genoeg. “Oeganda huisvest nu meer vluchtelingen dan welk land in Afrika dan ook. Basisvoorzieningen als gezondheid en onderwijs staan zwaar onder druk”, zegt Byamukama.
 
Gevaar in de opvangkampen
Ook nadat ze in Oeganda zijn aangekomen, lopen kinderen risico; de afgelopen weken zijn talloze incidenten van seksueel misbruik rond de opvangkampen gemeld. De geïnterviewde kinderen zeiden dat het risico het grootst is tijdens het verzamelen van brandhout (42%), het halen van water (42%), op weg naar school of tijdens het spelen. Ze zeggen dat hun grootste zorg is dat ze niet naar school kunnen, te weinig te eten hebben, misbruikt te worden, zwanger te worden, aangevallen of ontvoerd te worden of dat ze geen plek hebben om te slapen.
 
Onderwijs
Ongeveer 80 procent van de kinderen in het Kyaka II-kamp in het westen van Oeganda gaat niet naar school, waardoor ze een nog groter risico lopen uitgebuit te worden. Daarom richt Save the Children klassen en veilige ruimtes in om kinderen les te geven en te beschermen. Ook werkt de organisatie samen met de overheid aan een nieuw plan om het onderwijs voor vluchtelingen en lokale gemeenschappen te verbeteren.
 
Ruimtegebrek door toenemend aantal vluchtelingen
Naast deze uitdaging zijn er spanningen over het toewijzen van grond aan vluchtelingen. Naarmate er meer vluchtelingen aankomen in Oeganda neemt de hoeveelheid land die wordt toegewezen aan vluchtelingen af, waardoor de gezinnen niet de mogelijkheid hebben hun eigen voedsel te verbouwen.

Oeganda vangt op dit moment ruim 1,4 miljoen vluchtelingen op, waaronder 276.000 uit de DRC en een miljoen uit Zuid-Soedan. “Het tekort aan land zorgt voor overbevolking en dat brengt directe gezondheidsrisico’s met zich mee voor duizenden kinderen, vrouwen en mannen. Alleen al in Kyangwali-kamp zijn sinds midden februari 43 mensen aan cholera gestorven, nog eens 2.000 gevallen wachten op behandeling.”
 
Dit jaar zijn meer dan 73.000 mensen naar Oeganda gevlucht vanwege het gruwelijke en escalerende conflict in de DRC. Onder hen bijna 2.800 onbegeleide of van hun ouders gescheiden kinderen.