Rohingya-kinderen bang voor geweld en mensenhandel

Wilde olifanten en slangen, gewelddadige mannen in het bos en mensenhandelaars die ‘s nachts op jacht zijn naar slachtoffers; dat zijn de diepste angsten onder Rohingya-kinderen in de vluchtelingenkampen van Bangladesh.

Dat stellen Save the Children, World Vision en Plan International vandaag in een nieuw rapport, zes maanden na het begin van de Rohingya-crisis.
 
In een van de meest uitgebreide analyses tot nu toe van het leven in de vluchtelingenkampen van Cox's Bazar, beschrijft het rapport Childhood Interrupted de dagelijkse uitdagingen en angsten die vluchtelingenkinderen doorstaan. Ze voelen zich onveilig in hun nieuwe thuis, nadat velen van hen in Myanmar al getuige waren van extreem geweld, het vermoorden van familieleden en het platbranden van hun woningen. Voor het rapport spraken de organisaties met 200 kinderen en 40 moeders.
 
Meisjes vertelden onderzoekers dat ze bang zijn om de toiletten in het kamp te gebruiken uit angst lastig gevallen te worden. Vaak wachten ze uren ‘tot de mannen weggaan’. Kinderen maken zich zorgen over de veiligheid van hun tenten, die gemaakt zijn van bamboe en plastic. “Soms komen dieven binnen om ons te bestelen, onze tent kan niet op slot”, zei een jongen.
 
Verschillende kinderen zeggen bang te zijn om hout te gaan halen vanwege de ’mannen in het bos’ die hen slaan en uitschelden, en ze zijn bang voor wilde olifanten en slangen. “Iedereen is bang tijdens het verzamelen van brandhout. Een meisje werd verkracht toen ze 's nachts hout sprokkelde”, zegt een meisje in het rapport.
 
Een andere grote angst is het risico slachtoffer te worden van mensenhandel. Sommige kinderen zeggen vaker thuis te blijven of alleen in groepjes het kamp in te gaan, vanwege de dreiging. Volgens een moeder ‘lopen mannen rond in de kampen, die kinderen ontvoeren’. Sinds augustus zijn zeker 28 gevallen van kinderhandel bevestigd, maar hulpverleners vrezen dat het echte aantal veel hoger ligt.
 
Zeker 688.000 vluchtelingen, van wie meer dan de helft kinderen, zijn sinds 25 augustus weggevlucht uit Myanmar nadat het geweld escaleerde. De meesten wonen nu in tenten van plastic en bamboe in overvolle kampen in Cox's Bazar.
 
“We kunnen van de Rohingya-kinderen niet verwachten dat ze de traumatische ervaringen die ze hebben meegemaakt zomaar overwinnen. De boodschap van deze kinderen is dat ze bang zijn - bang voor wilde dieren, bang om naar de wc te gaan, bang om brandhout te gaan verzamelen, bang om te worden meegenomen in de nacht, bang voor wat de toekomst zal brengen. Kinderen horen niet onder deze omstandigheden te leven. Ze hebben onze voortdurende steun nodig om zich veiliger te voelen”, zegt directeur Mark Pierce van Save the Children in Bangladesh.
 
De drie hulporganisaties stellen maatregelen voor om de door kinderen aangewezen problemen aan te pakken, waaronder:

  • een evaluatie van de patrouilles door de gemeenschap in de kampen;
  • het verhogen van de bewustwording rond de risico’s van mensenhandel;
  • het promoten van een meer kindvriendelijke kampindeling en bewegwijzering, om de angst om te verdwalen tegen te gaan bij kinderen;
  • tienermeisjes betrekken bij activiteiten en maatregelen om het gevoel van veiligheid te verhogen.

Kinderen in oorlogsgebieden moeten beschermd worden

Ja, ik doneer