‘Haal IS-kinderen terug, nu het nog kan’

De situatie in het noordoosten van Syrië wordt steeds grimmiger.

Veel hulporganisaties trekken zich, vanwege de toenemende onveiligheid, terug uit het gebied. Vooralsnog gaan de teams van Save the Children door met het verlenen van noodhulp aan de circa 70.000 ontheemde kinderen en hun families.
 
Save the Children is de grootste hulporganisatie in kamp Al-Hol, waar de spanning met het uur toeneemt. Op deze plek wonen 70.000 vrouwen en kinderen, ook zitten hier alle ‘buitenlandse kinderen’ die worden gelinkt aan IS-strijders. Sonia Khush, landendirecteur van Save the Children in Syrië: ‘Dit is de laatste kans voor buitenlandse overheden om hun kinderen terug te halen. Als dit kamp straks leegloopt en het geweld verder toeneemt, is er geen mogelijkheid meer om ze te lokaliseren.’
 
Slachtoffers
Save the Children is altijd al van mening geweest dat kinderen, ook die gelieerd aan IS-strijders, beschermd moeten worden. Nederland is volgens het VN-Kinderrechtenverdrag verplicht om verantwoordelijkheid te nemen voor kinderen, als bescherming en ouderlijk gezag ontbreken. Bovendien is meer dan de helft van deze kinderen jonger dan 12 jaar; de meesten zelfs tussen de 4 en 6 jaar oud. ‘In ontwikkelde, westerse landen kunnen deze kinderen de juiste begeleiding en opvang krijgen. Hoe langer zij in deze kampen wonen, hoe groter de kans dat zij voor altijd beschadigd blijven’, aldus Khush vanuit Syrië. Save the Children is zich bewust van de gevoeligheden rondom het terughalen van kinderen met hun ouders. ‘Er moet per individueel geval gekeken worden hoe kinderen het beste begeleid kunnen worden. Feit blijft dat ze, als ze in Syrië blijven, nooit veilig zullen zijn.’