‘Saudi-Arabische coalitie krijgt wederom vrijbrief voor kindermoord Jemen’

Volgens de VN werden er in 2020 194 kinderen gedood of verminkt als gevolg van de oorlog in Jemen. Maar de VN laat na de daders tot verantwoording te roepen.

Hoewel 194 kinderen in 2020 gedood of verminkt raakten door oorlogshandelingen, krijgt de door de Saudi-Arabië en Arabische Emiraten geleidde coalitie groen licht om door te gaan met hun gruwelijkheden ten koste van kinderlevens, waarschuwt Save the Children vandaag. Net als vorig jaar heeft VN secretaris-generaal Antonio Guterres de coalitie wederom niet toegevoegd aan de jaarlijkse ‘list of shame’.
 
De coalitie was vorig jaar van de lijst gehaald, met de waarschuwing van de Secretaris-Generaal dat ze volgend jaar weer op de lijst zouden staan, tenzij het aantal dodelijke slachtoffers en verminkingen significant zou dalen. Door de coalitie dit jaar niet op de ‘list of shame’ te zetten, geeft Guterres het signaal dat het aantal kindslachtoffers terug te brengen naar net iets minder dan 200 is voldoende vooruitgang is, zo stelt Save the Children.
 
De zogenaamde ‘list of shame’ is een addendum van het jaarlijkse VN-rapport over kinderen in gewapende conflicten. In het rapport worden strijdende partijen geoormerkt die geen rekening houden met de veiligheid van kinderen. Het gegeven dat de door Saudi-Arabië geleidde coalitie niet in de lijst staat, laat helaas zien dat het hebben van machtige vrienden je een vrijbrief geeft om verantwoordelijk te worden gehouden voor grove schendingen van kinderrechten.
 
Het leger van Myanmar, ook wel bekend als de Tatmadaw, is afgelopen jaar ook van de lijst gehaald. Dit ondanks het feit dat de Tatmadaw in 2019 208 kinderen rekruteerde. Afgelopen jaar verdrievoudigde dit aantal naar 726 gevallen. Save the Children juicht het besluit van de Secretaris-Generaal om de Tatmadaw opnieuw aan de lijst toe te voegen daarom ook toe. Kanttekening hierbij is wel dat de Tatmadaw in het deel van de lijst staat met groeperingen die maatregelen hebben genomen om de bescherming van kinderen te verbeteren. Sinds de militaire coup en het voortdurende geweld in Myanmar, lopen kinderen een groot risico gerekruteerd te worden voor het leger en andere schendingen van kinderrechten.
 
De opname van het Afghaanse Nationale Leger in de lijst voor het doden en verminken van kinderen, en van Somalische regeringstroepen voor seksueel geweld tegen kinderen is ook een positieve stap en moet ervoor zorgen dat alle partijen aan dezelfde norm worden gehouden.
 
Helaas kregen ook andere partijen in het conflict in Afghanistan, het bezette Palestijnse gebied en Syrië een vrijkaart voor het plegen van ernstige schendingen van kinderrechten – ondanks het feit dat de VN jaar na jaar een patroon van ernstige schendingen bevestigt.
 
In het rapport werden voor het eerst Kameroen, Burkina Faso en het bekken van het Tsjaadmeer vermeld als zorgwekkende situaties. Save the Children verwelkomt deze toevoegingen en ziet ze als een belangrijke stap om ervoor te zorgen dat misdaden tegen kinderen worden gedocumenteerd en dat plegers van geweld tegen kinderen uiteindelijk ter verantwoording worden geroepen.
 
Ethiopië, Mozambique en Oekraïne zijn echter niet in het rapport opgenomen als zorgwekkende situaties. Save the Children is teleurgesteld in deze beslissing. Dit betekent dat veel misdaden tegen kinderen in deze landen ongedocumenteerd zullen blijven en dat verantwoording voor deze schendingen van kinderrechten onmogelijk blijft.
          
Inger Ashing, CEO van Save the Children Internationaal dringt er bij de secretaris-generaal op aan “zijn beslissing te heroverwegen en partijen over de hele wereld aan dezelfde standaard te houden. Het besluit om een ​​gewapende groep op de 'lijst van schaamte' op te nemen, mag alleen worden gebaseerd op een patroon van ernstige schendingen van kinderen die door de VN zijn geverifieerd, niet op politiek.”
 
“Hoewel er dit jaar enkele positieve stappen zijn gezet, kan het niet eerlijk en consequent toepassen van dezelfde criteria dramatische gevolgen hebben voor kinderen. Mijn collega's zien hoe deze dubbele moraal het veel moeilijker maakt om schendingen van kinderen zoals doden en verminken, aanvallen op scholen, rekrutering of het weigeren van hulp te voorkomen.
 
“De instelling van het mandaat Kinderen en gewapende conflicten in 1997 was een inspirerend voorbeeld van wat de internationale gemeenschap kan doen als de politiek opzij wordt gezet. Het is een van de krachtigste instrumenten om verantwoordelijke partijen bij conflicten aan te spreken die het leven van kinderen vernietigen en uiteindelijk kinderen in conflict beschermen.
 
“De kracht van het mandaat hangt af van zijn geloofwaardigheid. Als je dat verliest, verlies je een van de belangrijkste instrumenten om plegers van geweld tegen kinderen in conflict ter verantwoording te roepen.”
 
De 25e verjaardag van het Kinderen en Gewapende Conflict volgend jaar biedt een unieke gelegenheid om de oprichting van het mandaat door de VN-Veiligheidsraad te vieren, terug te blikken op de ongelooflijk positieve impact die het heeft gehad op kinderen in conflict en vooruit te kijken naar wat nodig is voor de komende decennia. Dit vereist erkenning van de problemen met eerdere pogingen om de lijst te politiseren. De internationale gemeenschap moet de moed vinden om bekrompen nationale belangen opzij te zetten en prioriteit te geven aan de bescherming van kinderen in conflict.