Afghanistan: Kinderlevens aan een zijden draadje

Veertien miljoen kinderen hebben voedselhulp nodig. Als die niet op tijd komt kan het voor 1 miljoen kinderen definitief te laat zijn. Die verschrikkelijke boodschap laat de Belgische fotograaf Jim Huylebroek in zijn werk zien. Afghanistan is hiermee vooral een crisis voor kinderen.

Van kinderen die onder zeildoek wonen tot woestijngemeenschappen die putten graven en regenwater verzamelen. Huylebroek reisde met Save the Children door de door droogte geteisterde vlaktes in het noorden tot de ijskoude straten van Kabul. De beelden vertellen de verhalen van kinderen in hun strijd om te overleven. Gezinnen die onmogelijke beslissingen nemen over welk kind ze kunnen voeden en welk kind honger zal lijden. Babies die op weg naar medische behandeling sterven, moeders die alleen op een vuile vloer bevallen omdat ze het zich niet kunnen veroorloven om naar het ziekenhuis te reizen; en kinderen die op straat moeten werken om eten op tafel te krijgen.

De  economische ineenstorting van het land maakt de crisis voor kinderen nog dramatischer. Door de bevriezing van financiële tegoeden zijn allerlei diensten die voorheen door de Afghaanse overheid werden uitgevoerd, gestopt. Staatsziekenhuizen zijn gedwongen te sluiten, omdat ze het personeel niet kunnen betalen. Zwaar zieke kinderen kunnen vaak niet behandeld worden, omdat er simpelweg geen medicijnen zijn. Daar waar medicijnen wel beschikbaar zijn , zoals in privé klinieken, zijn ze te duur voor arme gezinnen.

In het noorden van Afghanistan woont Laalah* van twaalf met haar moeder en vier andere broers en zussen in een tent, gebouwd met zeildoek in de kelder van een half afgebouwd gebouw. Laalah: “Ik hoop dat er in de toekomst scholen zijn. Ik wil naar school gaan, zou graag lerares of dokter willen worden. Ik wil dat we goed leven, dat we goed eten.” Haar veertigjarige vader Maalek* worstelt om werk te vinden als arbeider en heeft soms geen andere keuze dan zijn zonen op pad te sturen om afval te zoeken om te verkopen of te verbranden om hun huis warm te houden. Maalek: “Als kinderen vrij zijn van school, gaan ze naar buiten om afval te verzamelen. Ze gaan de straat op en verzamelen en verkopen blikjes zodat we eten of noodzakelijke schoolkosten kunnen betalen.”

In Kabul is het 12-jarige meisje Arzoo* de oudste van zeven kinderen. Haar vader kan al maanden niet werken. Arzoo’s moeder en jongste broertje zijn ziek. Arzoo: “Nu vader niet werkt neemt hij geen eten mee naar huis. De ene dag hebben we een maaltijd, de andere dag alleen wat brood.” De hele winter zijn de scholen gesloten en zijn de kinderen thuis.

Chris Nyamandi, directeur van Save the Children in Afghanistan: “Elk van deze verhalen is een krachtige herinnering aan de grimmige realiteit voor gezinnen in het hele land, de dagelijkse strijd om de winter te overleven en de miljoenen jonge levens die op het spel staan. De tijd dringt voor Afghaanse kinderen om steun te krijgen die ze zo hard nodig hebben. Gezinnen doen alles wat ze kunnen en nemen onmogelijke beslissingen over wie wel en niet eet. Noodhulp kan de kinderen de winter door helpen, maar hulp alleen is niet genoeg. De economie van Afghanistan is een op contant geld gebaseerde economie. Buitenlandse regeringen moeten een manier vinden om vitale fondsen en financiële tegoeden te ontsluiten om te voorkomen dat er nóg meer doden vallen.”

Kijk op https://www.savethechildren.nl/pagina/afghanistan om te zien wat Save the Children doet in Afghanistan

* om veiligheidsredenen zijn de namen van de geïnterviewden veranderd.