Save the Children rangschikt schoolsystemen van 182 landen

Het onderwijs van bijna 49 miljoen kinderen in Afghanistan, Soedan, Somalië en Mali is in gevaar. Dat blijkt uit een nieuwe publicatie van Save the Children die we vandaag, op Lerarendag, publiceren.

In dit onderzoek rangschikken we voor het tweede opeenvolgende jaar 182 landen op basis van de kwetsbaarheid van het schoolsysteem.  

Het onderzoek gaat over hoe onderwijssystemen het risico lopen om in te storten als gevolg van COVID-19, conflict, klimaatverandering, ontheemding en gebrek aan digitale connectiviteit.  

De resultaten
Het aantal landen met 'extreem risico' is sinds 2021 afgenomen van acht naar vier. Dit is waarschijnlijk het gevolg van een grotere toegang tot COVID-19-vaccins. Echter, dit jaar is het de hongercrisis die een grote impact heeft op onderwijssystemen in diverse landen. 

Van de beoordeelde landen, loopt Afghanistan dit jaar het hoogste risiconiveau. Vorig jaar stond Afghanistan op de vierde plaats. Sinds de Taliban de macht over heeft genomen in het land, is het onderwijssysteem verslechterd. Met name meisjes kunnen veelal niet meer naar school. 

Een van de grootste verbeteringen van het afgelopen jaar vond plaats in Colombia, waar onderwijs nu wordt geclassificeerd als 'matig risico' in vergelijking met 'hoog risico'. Het land ging van plaats 28 naar 58, mede door betere toegang tot COVID-19-vaccins. 

Aan de andere kant van het spectrum zag Libanon een van de grootste negatieve veranderingen, van plaats 68 naar 32 in de lijst. Dit is vooral te wijten aan de verslechterende economische crisis in het land. Hierdoor is de jeugdwerkloosheid sterk gestegen. 

Impact van voedselonzekerheid en klimaatverandering 
De landen gerankt van 1 tot en met 10, hebben allemaal te maken – voor zover gegevens beschikbaar zijn – met een hongercrisis. Afghanistan, Somalië, Soedan, Jemen en de Centraal-Afrikaanse Republiek hebben allemaal meer dan 20% van hun bevolking in IPC fase 3 of hoger, wat betekent dat ze allemaal te maken hebben met voedselonzekerheid. 

Ook de klimaatcrisis bedreigt het recht van kinderen om te leren. Extreme weersomstandigheden kunnen scholen beschadigen of vernietigen. Bovendien zal een toenemend aantal kinderen waarschijnlijk hun huis moeten ontvluchten en hun onderwijs achterlaten, zoals we nu zien in Pakistan. 

Wat doet Save the Children? 
Voor kinderen die niet naar school gaan is het vaak moeilijker om – ook op de lange termijn - hun leerachterstand in te halen. Deze kinderen zijn extra kwetsbaar voor honger, geweld, misbruik. Daarom werkt Save the Children wereldwijd aan het toegankelijk maken van onderwijs, voor jongens en meisjes. 

In Afghanistan organiseren we 262 ‘Community Based Education’ klassen, met financiering van de Europese Unie. Dit zijn klassen in dorpen waar geen formele scholen zijn. In bestaande gemeenschapsgebouwen richten we dan klaslokalen in. Hiermee kunnen we aan meer dan 9.000 kinderen onderwijs bieden. Ook ondersteunen we formele scholen die opgeknapt moet worden. We zorgen ervoor dat klassen en scholen niet alleen goed onderwijs aanbieden, maar dat ze ook bescherming bieden zodat kinderen veilig naar school kunnen. Ook zorgen we voor voldoende gender sensitieve sanitaire voorzieningen, voorlichting over hygiëne en toegang tot schoon water voor de kinderen in klassen en op scholen. Lees hier meer.

In Oeganda (plaats 43 op de lijst) maken we, met financiering van de Europese Unie, onderwijs beschikbaar voor kinderen in vluchtelingenkampen. Oeganda vangt de meeste vluchtelingen van heel Afrika op, voornamelijk uit Zuid-Soedan en Congo, waarvan ruim 60% kinderen zijn. Wij zorgen ervoor dat deze kinderen weer terug naar school kunnen en hun leerresultaten verbeteren. We verstrekken lesmaterialen en werven en trainen docenten. Lees hier meer.

Evelyn Katusabe, lerares in het Kyangwali vluchtelingenkamp in Oeganda

“Ik ben gemotiveerd om kinderen te beschermen en ervoor te zorgen dat ze genieten van een veilige leeromgeving. Dit verbetert ook hun leerresultaten.”

Evelyn Katusabe, lerares in het Kyangwali vluchtelingenkamp in Oeganda

Ook is er voor kinderen in landen met een kwetsbaar onderwijssysteem een groter risico om in kinderarbeid te belanden, zoals bijvoorbeeld in Mali. Met de ‘Work, No Child’s Business Alliantie’ (WNCB) zet Save the Children zich al een aantal jaar in om kinderarbeid aan te pakken in dat land. Volgens berekeningen werken in Mali tussen de 20.000 en 40.000 kinderen in de goudsector, zoals in mijnen. Verder werken veel kinderen op het land, bijvoorbeeld om katoen te plukken of rijst te oogsten.   

Vincent Dembele, projectmanager voor WNCB in Mali: “Een sterk onderwijssysteem is zeer belangrijk voor de toekomst van kinderen én ons land. Een lage onderwijskwaliteit leidt tot een laag opleidingsniveau van kinderen en dit verhoogt het risico op schooluitval. Kinderen zijn dan extra kwetsbaar om in arbeidssituaties terecht te komen. Goede scholen zijn de beste manier om kinderarbeid te voorkomen en te bestrijden.”