3 miljoen tragische verhalen uit Syrië

Door Sabine Copinga, communicatie adviseur Save the Children
Deze week is de drie miljoenste vluchteling geregistreerd in een van de landen rond Syrië. Dit al bijna vier jaar durende conflict verdreef dus al 3 miljoen mensen – waarvan de helft nog kind is – het land uit en heeft het leven gekost aan 191.000 mensen. Bovendien hebben naar schatting 11 miljoen Syriërs die nog in het land verblijven dringend humanitaire hulp nodig. 

Drie miljoen is een aantal dat bijna niet te bevatten is. Naar ons land vertaalt zou dit betekenen dat alle inwoners van de provincies Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en een deel van Flevoland de grens over is gevlucht. 

Mijn eerste bezoek aan Syrie’s  buurland Jordanië was in 2012, toen de oorlog zijn tweede jaar in ging. Sindsdien heb ik het land meerdere malen bezocht. Op een van die reizen ontmoette ik Emam, een destijds 11 jarig meisje die me vertelde dat ze droomde van gras en kleur. Alles om haar heen was zo kleurloos en de steentjes waren zo hard onder haar voeten. Thuis in Syrië had ze een prachtige tuin waar ze zo graag op blote voeten doorheen liep. Emam was alles kwijt geraakt. Zonder bezittingen was ze in Za’ atari aangekomen, maar toch gaf ze me zonder enige aarzeling haar enige bezit: een knalgele plastic armband (die nog altijd een prominente plek op mijn bureau heeft). 

De blauwe ogen van de mooie Bashira kan ik ook maar niet uit mijn gedachten krijgen. In haar fantasie heeft ze alles nog, maar in de praktijk heeft ze alles achter moeten laten. Ze vertelde me wat ze allemaal heeft meegemaakt in Syrië. Toen ik afscheid van haar nam, keek ik nog een keer in haar felblauwe ogen en realiseerde hoeveel geweld en verdriet haar ogen gezien hebben. 

Ik moet dan ook denken aan kleine Nadoosh. Het meisje woont met haar familie in het noorden van Jordanië, vlak bij de grens met Syrië. Terwijl ik met haar ouders thee dronk, hoorde ik de raketinslagen aan de andere kant van de grens. Nadoosh had al maanden niet meer gesproken. Sinds ze getuige is geweest van verschillende gewelddadigheden tegen haar ouders, heeft ze geen woord meer gezegd. Ze is zo getraumatiseerd, dat ze nog maar een schim is van het vrolijke meisje dat ze ooit geweest is. Ik heb uren met haar doorgebracht en toen, vlak voordat ik weg ging, kwam er zomaar een voorzichtige lach op haar gezicht. Door haar met pijn vertrokken gezichtje, ving ik even een glimp op van de ‘echte’ Nadoosh.

En ik denk aan mijn stoere vriendje Mohamad. Hij was net aangekomen in Za’atari vluchtelingenkamp. Zijn voeten deden nog pijn van het nachtenlang lopen naar veiligheid. De laatste paar honderd meter naar de Jordaanse grens moest hij letterlijk rennen voor zijn leven terwijl de kogels om zijn oren vlogen. Mijn hart stond even stil toen hij op monotone stem zei “ik denk niet, ik voel niet en ik droom niet. Ik ben helemaal leeg.”  

Zo zijn er nog zo veel meer kinderen die ik de afgelopen drie jaar heb ontmoet en die al meer dan drie jaar de onbeschrijfelijke last dragen van dit conflict. Kinderen die ’s nachts niet kunnen slapen omdat ze nachtmerries hebben en gekweld worden door hun herinneringen.

Alle kinderen vroegen me zonder uitzondering of ik alsjeblieft hun stem wilde zijn. Of ik de wereld wil blijven vertellen wat hen is aangedaan. Of ik wil blijven vertellen dat ze maar een wens hebben: naar huis gaan en daar in vrede leven. Het blijft voor mij onverteerbaar dat een kind vrede en vrijheid wenst. Kinderen horen nog de onbezorgdheid te hebben, die wensen als nieuw speelgoed voortbrengt.
De kinderen die ik heb ontmoet, zijn de ‘gelukkigen’ die het land hebben kunnen verlaten. In Syrië zijn nog vijf miljoen kinderen die dringend hulp nodig hebben. Die elke dag weer de verschrikkingen van de oorlog meemaken. Een hele generatie kinderen die beroofd is van hun onschuld.

Ik begrijp best dat voor velen de oorlog in Syrië hopeloos en uitzichtloos lijkt. De cijfers zijn onvoorstelbaar en een oplossing lijkt ver weg. Toch kunnen we niet weg kijken voor de ongekende humanitaire ramp die zich daar afspeelt. Ik heb met eigen ogen gezien dat Syrische kinderen ondanks hun gemis en verdriet nog kunnen spelen en lachen. Zij hebben de hoop op een vreedzame toekomst niet opgegeven. Zij hebben nog altijd de hoop dat ze op een dag weer naar huis kunnen en de draad van hun leven weer kunnen oppakken. 

Zij hebben de hoop niet opgegeven. Alleen al daarom mogen wij de hoop niet opgeven. We mogen de Syrische kinderen niet vergeten. Kinderen als Emam, Bashira, Nadoosh, Mohamad en alle andere kinderen die de hoge prijs betalen voor het onvermogen van de internationale gemeenschap op hen te beschermen. Zolang dit conflict voortraast, zullen de kinderen lijden. Het is hoog tijd dat we gezamenlijk opstaan voor de jonge slachtoffers en hen laten weten dat we ze niet vergeten zijn.  

Save the Children biedt noodhulp aan Syrische vluchtelingen in Irak, Egypte, Libanon en Jordanie. We bieden onderdak, onderwijs, veilige opvangplekken voor kinderen, medische zorg, voedsel en verbeteren water- en sanitaire voorzieningen. Tot op heden hebben we met onze hulp bijna 1 miljoen vluchtelingen bereikt, waarvan 600.000 kinderen.

Photo Credits: Chris de Bode