Medewerkster Save the Children nog steeds ontdaan na aardbeving in Nepal

“Ik heb al heel wat meegemaakt in de 15 jaar dat ik voor Save the Children de wereld over reis, maar nog nooit zoiets heftigs als deze aardbeving.” Bep van Sloten is er nog steeds ontdaan over. De medewerkster van Save the Children was net op projectbezoek in Nepal, toen de aardbeving haar overviel. Afgelopen donderdag kwam ze terug in Nederland. 

“Ik was net een dag in Nepal en met de auto op weg naar een bergdorp in de regio Sindhupalchok, waar ik met kinderen en hun ouders zou spreken over een ‘cash transfer’ project van Save the Children en de Nepalese overheid. We stimuleren de ouders om hun kinderen naar school te sturen en in ruil daarvoor krijgen ze wat geld. Opeens zagen we alle bomen bewegen, en de bus voor ons, en toen begon ook onze auto te schudden. Ik dacht dat er een wervelstorm opstak, maar mijn begeleider riep dat het een aardbeving was. Meteen sprongen we de auto uit en zochten een veilige plek, weg van de rotsen. Het was doodeng.” 

“Vanaf het punt waar we stonden, zagen we de huizen in het dorp beneden ons in elkaar storten. Ik hoorde mensen schreeuwen, honden blaffen en alsmaar het geluid van vallende stenen. Overal kringelden stofwolken omhoog. Een moeder met kinderen rende halsoverkop het veld uit, op weg naar de rest van haar familie. In het dorp waren op dat moment van de dag namelijk alleen maar de ouderen en de kinderen; de rest was aan het werk op het land.”  

“Toen de kust weer veilig was, zijn we naar het kantoor van onze lokale partner gereden. Daar hadden zich al wat mensen uit de buurt verzameld. Er hing een rare sfeer in het dorp. Mensen liepen verdwaasd rond en ik zag een aantal kinderen met  verband om hun hoofd. Het leger was al gearriveerd, en ik zag ook ambulances. We hebben de stroopwafels die ik uit Nederland had meegebracht als lunch gegeten en daarna wilden wij terugrijden naar Kathmandu. Maar erg ver kwamen we niet, want we kregen van het leger te horen dat de weg versperd was door rotsblokken. Ook de  ambulances hadden grote moeite om er door te komen.” 

“Uiteindelijk heb ik twee nachten bij het kantoor doorgebracht. De eerste nacht sliepen we buiten, onder een zeiltje dat we tussen twee auto’s hadden gespannen. De tweede nacht sliep ik met 3 volwassen en 2 kinderen op een matras binnen. Met onze kleren aan, want bij elke naschok rende iedereen naar buiten. Toen merkte ik hoe getraumatiseerd de kinderen zijn door zo’n gebeurtenis. Straks, als de eerste nood gelenigd is, wil ik dolgraag terug om die kinderen te helpen bij het verwerken van dit trauma. Nu moet ik de noodhulp overlaten aan de specialisten. Ik zou hen alleen maar voor de voeten lopen.”      

“Na twee dagen konden we terug naar Kathmandu. Daar zag ik weer hoe professioneel onze lokale partners zijn. Ook al waren hun eigen huizen ingestort, ze gingen meteen aan het werk voor de mensen die het nog slechter hadden. De zeilen die ze op voorraad hadden, werden meteen uitgedeeld. Vanuit het buitenland zijn meteen noodhulpspecialisten van Save the Children ingevlogen en kwam meer materiaal. Hoewel ik weet dat het beter is zo, voelt het toch dubbel om nu veilig thuis te zitten. De mensen in Nepal hebben zoveel hulp nodig. Gelukkig weet ik dat wij er ter plekke alles aan doen om zoveel mogelijk kinderen en hun ouders van voedsel, water, medicijnen en onderdak te voorzien.”