Serie: Nederlanders in fontlinie coronacrisis wereldwijd

Save the Children werkt wereldwijd vooral met lokale hulpverleners. Maar op sommige plekken in de wereld – zoals in Bangladesh, Oeganda, Laos, Myanmar en op ons hoofdkantoor in Groot-Britannië –zit hier en daar een Nederlander. Tijdens de coronacrisis vragen wij hen te vertellen over hun werk. Ze geven ons inzicht in wat zij doen om bij te dragen aan onze strijd tegen corona.

Deel 2: Willem Sools bouwt een coronaziekenhuis in Bangladesh

Onze collega Willem Sools (39) vertrok begin mei naar Cox’s Bazar, waar hij met een speciaal daarvoor aangewezen team een coronaziekenhuis opzet. In het grootste vluchtelingenkamp ter wereld is de sfeer gespannen. “Als hier corona uitbreekt is het echt mis”, zegt Willem. “In Bangladesh zijn inmiddels 15.691 besmettingen en 239 doden. Save the Children doet er alles aan om te voorkomen dat het virus zich in het kamp verspreidt.” Net als op andere plekken waar wij actief zijn, wordt veel gedaan aan preventie door bijvoorbeeld voorlichting te geven en te zorgen voor extra hygiëne-pakketten.

Willem Sools werkte in 2017 en 2018 ook in Cox’s Bazar, toen daar de grote stroom Royinga-vluchtelingen aankwam. Hij hielp bij het opbouwen van het kamp, dat nu ruim 880.000 inwoners heeft, van wie ruim de helft kinderen. Hij voelt een band met de mensen en maakt zich zorgen over de gevolgen die een corona-uitbraak zal hebben. “Mensen leven hier bijna op elkaar waardoor het virus zich veel sneller kan verspreiden. Daar komen onderliggende problemen bij als ondervoeding en tbc. Sinds januari van dit jaar zijn in het kamp al 174.000 mensen gediagnostiseerd met allerlei luchtweginfecties, dus nog los van het coronavirus. En er zit ook een cycloon aan te komen plus het natte seizoen wanneer je altijd al meer luchtwegproblemen registreert. Voeg daarbij dat er nauwelijks testmogelijkheden zijn en er ook weinig materiaal is om mensen op te lappen en je hebt genoeg redenen om heel bezorgd te zijn.”

Veel van huis
Willem werkte in het verleden onder meer in Ethiopië, Oeganda, Liberia en Mozambique. Hij heeft veel ervaring met het werk in gebieden waar virussen uitbraken. Zijn thuisbasis blijft Eindhoven, maar gemiddeld zo’n 8 maanden per jaar moet hij zijn vrouw missen en woont en werkt hij in ontwikkelingslanden. “Er is zoveel te doen in de wereld en op plekken zoals in Cox’s Bazar kun je echt impact maken. Nederland heeft op wereldniveau een kwalitatief hoog gezondheidsstelsel. Mensen hebben goede toegang tot medische zorg. Een enorm verschil met de situatie in veel landen waar ik heb gewerkt. Ik wil vooral graag een bijdrage leveren aan het doorbreken van die oneerlijke verdeling. Het werk dat ik doe, richt zich op het faciliteren van basisgezondheidszorg voor iedereen, ongeacht de bevolkingsgroep of de omstandigheden. Dit geeft mensen een serieuze kans om in hun eigen onderhoud te voorzien en te durven denken aan een toekomst. Het is het begin van het doorbreken van die oneerlijke verdeling.”

Deel 1: Willem Zuidema zorgt dat kinderen hun medicijnen krijgen, ook in corona-tijd

Willem Zuidema is ‘global supply chain lead’ bij Save the Children vanuit het hoofdkantoor in Londen, al werkt hij momenteel vanuit huis in Den Haag. Willem zet alles op alles om over de hele wereld tijdens de coronapandemie alle hulpgoederen en hulpverleners ter plekke te krijgen.

“Kort gezegd zorg ik ervoor dat goederen, voedsel, leermiddelen en ook medicatie bij kinderen in conflict- en noodsituaties terechtkomen”, vertelt Zuidema. “Ook zorgen wij dat ons personeel beschikt over de juiste middelen om die goederen op hun plek te krijgen. Zo komt het voor dat ik bijvoorbeeld help met het regelen van een veilige auto om een leraar of een arts in een conflictgebied te krijgen.” 

Medicijnen ebola
Tijdens de coronacrisis is zijn werk extra uitdagend, omdat er veel beperkingen zijn. “Op dit moment moet ik een lading van 35 pallets met medicijnen vanuit Nederland naar Goma in de Democratische Republiek Congo zien te krijgen”, vertelt Zuidema. “Dat is hard nodig omdat er – naast de dreiging van corona – ook Ebola heerst. Door de coronapandemie zijn de luchtvrachtprijzen verdubbeld. Wij moeten al onze creativiteit en onderhandelskills gebruiken om toch een mogelijkheid te vinden onze medicatie met een vlucht mee te krijgen.”

Bepaalde temperatuur
“Bij medicatie is transport extra ingewikkeld omdat de spullen niet onder of boven een bepaalde temperatuur mogen worden vervoerd en bewaard. Nu veel luchtvrachtverkeer stil ligt, worden hulpgoederen vaker meegestuurd met de paar passagiersvliegtuigen die nog vliegen. Humanitaire hulp is nu harder nodig dan ooit maar de corona-maatregelen maken het vervoer extra duur en lastig.”

Mondkapjes
Wanneer hulpgoederen urgent zijn, moeten ze met luchttransport worden vervoerd. Anders gaan ze met zeevracht mee en zijn de spullen gemiddeld 3 a 4 weken onderweg. “Door Covid-19 heeft het transport van hygiëne- en beschermingsmiddelen grote haast. Er is bijvoorbeeld een enorm tekort aan mondkapjes. Ik zoek met mijn team wereldwijd naar aanbieders die ons kunnen helpen. Wij halen ze momenteel uit China. We zoeken ook naar leveranciers in andere landen. Hierbij moeten we veel sneller inkopen en vracht regelen dan normaal.”

Wereldwijde magazijnen
Toen de corona-crisis uitbrak, heeft het team van Zuidema snel gereageerd door nieuwe instructies te schrijven voor bijvoorbeeld magazijnmedewerkers, zodat zij zich aan de maatregelen konden houden en ook gewoon hun werk konden blijven doen. “Ik ben er trots op dat we werken met meer dan 1000 mensen die dagelijks hulpgoederen over de hele wereld voor ons vervoeren. We hebben 1300 auto’s en 280 magazijnen in meer dan 50 landen. Juist nu in coronatijd is dat extra belangrijk.”