Serie: Nederlanders in fontlinie coronacrisis wereldwijd

Save the Children werkt wereldwijd vooral met lokale hulpverleners. Maar op sommige plekken in de wereld – zoals in Bangladesh, Oeganda, Laos, Myanmar en op ons hoofdkantoor in Groot-Britannië –zit hier en daar een Nederlander. Tijdens de coronacrisis vragen wij hen te vertellen over hun werk. Ze geven ons inzicht in wat zij doen om bij te dragen aan onze strijd tegen corona.

Deel 3: Brechtje van Lith zorgt ervoor dat kinderen in Oeganda thuis onderwijs kunnen krijgen

Brechtje van Lith is directeur van Save the Children in Oeganda. Ze woont samen met haar gezin in het Oost-Afrikaanse land. “Mijn kinderen zijn in de bevoorrechte positie om in deze tijd thuisscholing te krijgen. Gelukkig hebben we een huis met een tuin waarin we kunnen bewegen, vinden we steun bij elkaar en hebben we voldoende te eten. We weten goed dat veel kinderen er erger aan toe zijn in dit land.”

Avondklok
Oeganda heeft drastische maatregelen genomen om het virus te bestrijden. “Er is een avondklok ingesteld, het land zit in lockdown, reizen met openbaar vervoer is niet toegestaan en de grenzen zijn dicht”, aldus van Lith. “En dat terwijl Oeganda als een veilige haven diende voor duizenden vluchtelingen uit onder meer Zuid-Soedan en Congo. Oeganda is een land met bijna anderhalf miljoen vluchtelingen. Daar komen er elke maand duizenden bij. Maar op dit moment mogen er geen nieuwe vluchtelingen het land meer in.”

Huiselijk geweld
Van Lith maakt zich zorgen om de vele kinderen die thuiszitten. “Zij zitten vaak in extreem lastige situaties. Meisjes zijn nu vatbaarder voor tienerzwangerschappen en kindhuwelijken. In coronatijd vallen veel inkomsten weg. Ouders kiezen daarom sneller voor uithuwelijking, wat een financiële zorg wegneemt voor het gezin. Ook zullen volgens Van Lith het aantal verkrachtingen en huiselijk geweld toenemen. “Deze situaties zullen door de coronacrisis erger worden dan ze ooit zijn geweest. Veel kinderen zitten onbereikbaar thuis, opgesloten met hun familie. Ze genieten geen onderwijs, hebben vaak geen internet voor informatie en worden snel slachtoffer van huiselijk geweld. Bij de Nationale Kindertelefoon in Oeganda komen dagelijks ontelbare telefoontjes binnen van kinderen die misbruik melden. De problemen zijn veelal moeilijk op te lossen, omdat het de autoriteiten aan middelen ontbreekt om de kinderen te bereiken en effectieve hulp te bieden.” 

Voorlichting
Samen met haar lokale collega’s van Save the Children, probeert Van Lith de kwetsbare kinderen te bereiken en hulp te bieden. Ze helpt met haar team de overheid met het verspreiden van voorlichtingsmaterialen in allerlei talen. “Ook hebben we samen met het Ministerie van Onderwijs gezorgd dat er lespakketten worden bezorgd bij kinderen thuis en dat lessen op basis van het onderwijs curriculum worden aangeboden via radio en tv. Aangezien veel gezinnen zelfs geen radio bezitten, hebben we op een aantal plekken ook radio’s verspreid. Verder worden er via omroepwagens, folders en sms’jes voorlichting gegeven in gemeenschappen”, vertelt Van Lith. “Er worden preventiematerialen ,zoals handschoenen, zeep, desinfectiemiddelen, handgels en maskers, uitgedeeld. Op veel plekken installeren wij extra handwasfaciliteiten en worden waterputten gerepareerd.”

Hoopvol
Ondanks de lastige situatie in het land waar Brechtje woont en werkt, blijft ze hoopvol. “Het is een lastige situatie. Maar we moeten niet vergeten dat de inwoners van dit land enorm weerbaar zijn. Ze zijn gewend om met problemen om te gaan.”

Deel 2: Willem Sools bouwt een coronaziekenhuis in Bangladesh

Onze collega Willem Sools (39) vertrok begin mei naar Cox’s Bazar, waar hij met een speciaal daarvoor aangewezen team een coronaziekenhuis opzet. In het grootste vluchtelingenkamp ter wereld is de sfeer gespannen. “Als hier corona uitbreekt is het echt mis”, zegt Willem. “In Bangladesh zijn inmiddels 15.691 besmettingen en 239 doden. Save the Children doet er alles aan om te voorkomen dat het virus zich in het kamp verspreidt.” Net als op andere plekken waar wij actief zijn, wordt veel gedaan aan preventie door bijvoorbeeld voorlichting te geven en te zorgen voor extra hygiëne-pakketten.

Willem Sools werkte in 2017 en 2018 ook in Cox’s Bazar, toen daar de grote stroom Royinga-vluchtelingen aankwam. Hij hielp bij het opbouwen van het kamp, dat nu ruim 880.000 inwoners heeft, van wie ruim de helft kinderen. Hij voelt een band met de mensen en maakt zich zorgen over de gevolgen die een corona-uitbraak zal hebben. “Mensen leven hier bijna op elkaar waardoor het virus zich veel sneller kan verspreiden. Daar komen onderliggende problemen bij als ondervoeding en tbc. Sinds januari van dit jaar zijn in het kamp al 174.000 mensen gediagnostiseerd met allerlei luchtweginfecties, dus nog los van het coronavirus. En er zit ook een cycloon aan te komen plus het natte seizoen wanneer je altijd al meer luchtwegproblemen registreert. Voeg daarbij dat er nauwelijks testmogelijkheden zijn en er ook weinig materiaal is om mensen op te lappen en je hebt genoeg redenen om heel bezorgd te zijn.”

Veel van huis
Willem werkte in het verleden onder meer in Ethiopië, Oeganda, Liberia en Mozambique. Hij heeft veel ervaring met het werk in gebieden waar virussen uitbraken. Zijn thuisbasis blijft Eindhoven, maar gemiddeld zo’n 8 maanden per jaar moet hij zijn vrouw missen en woont en werkt hij in ontwikkelingslanden. “Er is zoveel te doen in de wereld en op plekken zoals in Cox’s Bazar kun je echt impact maken. Nederland heeft op wereldniveau een kwalitatief hoog gezondheidsstelsel. Mensen hebben goede toegang tot medische zorg. Een enorm verschil met de situatie in veel landen waar ik heb gewerkt. Ik wil vooral graag een bijdrage leveren aan het doorbreken van die oneerlijke verdeling. Het werk dat ik doe, richt zich op het faciliteren van basisgezondheidszorg voor iedereen, ongeacht de bevolkingsgroep of de omstandigheden. Dit geeft mensen een serieuze kans om in hun eigen onderhoud te voorzien en te durven denken aan een toekomst. Het is het begin van het doorbreken van die oneerlijke verdeling.”

Deel 1: Willem Zuidema zorgt dat kinderen hun medicijnen krijgen, ook in corona-tijd

Willem Zuidema is ‘global supply chain lead’ bij Save the Children vanuit het hoofdkantoor in Londen, al werkt hij momenteel vanuit huis in Den Haag. Willem zet alles op alles om over de hele wereld tijdens de coronapandemie alle hulpgoederen en hulpverleners ter plekke te krijgen.

“Kort gezegd zorg ik ervoor dat goederen, voedsel, leermiddelen en ook medicatie bij kinderen in conflict- en noodsituaties terechtkomen”, vertelt Zuidema. “Ook zorgen wij dat ons personeel beschikt over de juiste middelen om die goederen op hun plek te krijgen. Zo komt het voor dat ik bijvoorbeeld help met het regelen van een veilige auto om een leraar of een arts in een conflictgebied te krijgen.” 

Medicijnen ebola
Tijdens de coronacrisis is zijn werk extra uitdagend, omdat er veel beperkingen zijn. “Op dit moment moet ik een lading van 35 pallets met medicijnen vanuit Nederland naar Goma in de Democratische Republiek Congo zien te krijgen”, vertelt Zuidema. “Dat is hard nodig omdat er – naast de dreiging van corona – ook Ebola heerst. Door de coronapandemie zijn de luchtvrachtprijzen verdubbeld. Wij moeten al onze creativiteit en onderhandelskills gebruiken om toch een mogelijkheid te vinden onze medicatie met een vlucht mee te krijgen.”

Bepaalde temperatuur
“Bij medicatie is transport extra ingewikkeld omdat de spullen niet onder of boven een bepaalde temperatuur mogen worden vervoerd en bewaard. Nu veel luchtvrachtverkeer stil ligt, worden hulpgoederen vaker meegestuurd met de paar passagiersvliegtuigen die nog vliegen. Humanitaire hulp is nu harder nodig dan ooit maar de corona-maatregelen maken het vervoer extra duur en lastig.”

Mondkapjes
Wanneer hulpgoederen urgent zijn, moeten ze met luchttransport worden vervoerd. Anders gaan ze met zeevracht mee en zijn de spullen gemiddeld 3 a 4 weken onderweg. “Door Covid-19 heeft het transport van hygiëne- en beschermingsmiddelen grote haast. Er is bijvoorbeeld een enorm tekort aan mondkapjes. Ik zoek met mijn team wereldwijd naar aanbieders die ons kunnen helpen. Wij halen ze momenteel uit China. We zoeken ook naar leveranciers in andere landen. Hierbij moeten we veel sneller inkopen en vracht regelen dan normaal.”

Wereldwijde magazijnen
Toen de corona-crisis uitbrak, heeft het team van Zuidema snel gereageerd door nieuwe instructies te schrijven voor bijvoorbeeld magazijnmedewerkers, zodat zij zich aan de maatregelen konden houden en ook gewoon hun werk konden blijven doen. “Ik ben er trots op dat we werken met meer dan 1000 mensen die dagelijks hulpgoederen over de hele wereld voor ons vervoeren. We hebben 1300 auto’s en 280 magazijnen in meer dan 50 landen. Juist nu in coronatijd is dat extra belangrijk.”