Duha en Rahimah hadden het bitterkoud

Duha (6) en Rahimah (4) zijn met hun ouders uit Syrië gevlucht. Sindsdien wonen zij in een tent in de Bekaa vallei in Libanon. De zusjes zijn twee van de 70.000 Syrische vluchtelingen die wij vorige winter in Libanon hebben geholpen.

Toen onze collega's kennismaakten met het gezin, vertelde vader Nihad:
"In Syrië woonden we in een bergdorp waar het drie maanden per jaar sneeuwde. We zijn dus gewend aan de kou, maar thuis hadden we tenminste een warm huis en warme kleding. Wij zijn in de zomer gevlucht en konden bijna niets meenemen. Met dit winterweer redden we het niet met onze tent en deze kleding. Zelfs Eskimo's hebben warme kleding en een goed dak boven hun hoofd nodig!"
 

Tintelende vingers en longontsteking
"Mijn dochters zijn vaak ziek, variërend van een zware verkoudheid tot longontsteking. Vooral Rahimah heeft het zwaar: haar wangen en vingers zijn aangetast door de kou. De pijn is constant, ze heeft tintelingen en kan soms met moeite dingen vasthouden. Ik probeer ze zoveel mogelijk in de tent te houden: "Als ze buiten lopen worden hun voetjes blauw, gaat hun huid pijn doen en lopen ze te klappertanden."

Warme kleding en dekens
Wij zijn overal waar kinderen op de vlucht ons nodig hebben. We delen warme kleding, dekens, winterbestendige tenten, kachels, brandstof en maaltijden uit aan kinderen in de kou.