Emon uit Bangladesh

"Ik ben een keer meegenomen. De man zei dat hij voor me zou zorgen."

Lees meer

Straatkinderen - achtergrondinfo

Straatkinderen zijn jongens en meisjes voor wie de straat hun thuis en/of bron van inkomsten is, zonder toezicht en bescherming van een verantwoordelijke volwassene.

Het overgrote deel van de straatkinderen leeft in stedelijke gebieden. Er zijn drie categorieën te onderscheiden:

  • Kinderen die van huis zijn weggelopen en alleen op straat leven;
  • Kinderen die het merendeel van de tijd alleen op straat zijn, maar die wel regelmatig (bijvoorbeeld ’s nachts) naar huis gaan;
  • Kinderen die op straat leven met hun familie. 
Hoewel straatkinderen wereldwijd een bekende realiteit is, blijkt het heel moeilijk om een helder beeld te schetsen van het probleem. De meeste straatkinderen hebben geen identiteitsbewijs of geboortecertificaat en ze leven (letterlijk) in de schaduw van de gemeenschap. Officieel bestaan deze kinderen niet, waardoor ze geen toegang hebben tot school, medische zorg en (pleeg)zorg.

Deze kinderen leven aan de onderkant van de samenleving, waar ze worden gediscrimineerd, uitgescholden, uitgebuit en genegeerd. Door hun onzichtbaarheid, zijn er geen statistieken bekend van het aantal straatkinderen wereldwijd. UNICEF geeft een voorzichtige schatting van circa 100 miljoen, maar met de kanttekening dat dit geen officieel getal is. Save the Children waagt zich hier niet aan voor een wereldwijd aantal, wel aan lokale getallen. Bijvoorbeeld: Dhaka (Bangladesh) 240.000 kinderen en Delhi (India) 50.000 kinderen.
 

Oorzaken van een leven op straat

De meeste kinderen zijn tussen de 8 en 18 jaar. Op straat leven meer jongens dan meisjes. Meisjes zijn echter vaak nog onzichtbaarder, omdat ze sneller slachtoffer zijn van prostitutienetwerken en kinderhandel. De oorzaak waarom een kind alleen op straat belandt, is uniek voor elke situatie. Maar de meest voorkomende oorzaken zijn:

  • armoede: kinderen werken op straat om bij te dragen aan het gezinsinkomen, voor de basisbehoeften als eten, drinken en sanitaire voorzieningen. Kinderen uit de stad worden door hun ouders de straat op gestuurd, maar kinderen worden ook vanaf het platteland alleen naar de stad gestuurd.
  • verwaarlozing, huiselijk geweld en misbruik: vaak is hier alcohol en/of drugsgebruik in het spel. Door de onveilige situatie thuis lopen kinderen lopen weg en komen op straat terecht.
  • verstoten door ouders: door extreme armoede, sekse ongelijkheid (vooral relevant voor meisjes), handicap (albinisme, Down syndroom, lichamelijke handicap of geestelijke beperking) van kinderen of overlijden van een van de ouders, worden kinderen verstoten en eindigen zij op straat.
  • verlies van de ouders door oorlog, natuurrampen, hiv/aids of andere epidemieën (ebola), kinderen alleen op de vlucht. Door ongelukkige omstandigheden zijn kind en ouders van elkaar gescheiden (denk aan de film LION).
  • schooluitval: kinderen die op school niet mee kunnen komen, gaan spijbelen en komen via gangs en drugsgebruik uiteindelijk op straat terecht.

Gevolgen van een leven op straat

De gevaren van een leven op straat zijn groot. Allereerst loeren de gevaren van ontvoering voor kinderhandel, (seksueel) geweld, misbruik en uitbuiting.

Veel kinderen komen in het illegale circuit terecht van bedelen, kruimeldiefstal, zakkenrollen, drugshandel en prostitutie. Drugsgebruik (variërend van soft- en harddrugs tot lijm- of chloor snuiven) komt heel veel voor als middel om te “ontsnappen” aan de realiteit.

Naast deze gigantische gevaren van buitenaf, zijn er ook veel voorkomende risico’s die de ontwikkeling van een kind op straat belemmeren, zoals: gebrek aan onderwijs, een zeer laag zelfbeeld, emotionele schade, ondervoeding, slechte hygiënische omstandigheden, gebrek aan medische zorg en een enorme stigmatisering. Straatkinderen worden uitgescholden of juist genegeerd, geschopt en geslagen.

Zelfs de politie maakt zich vaak schuldig aan hardhandig optreden tegen straatkinderen. Kinderen geven zelf aan dat ze diefstal van hun weinige bezittingen en geringe spaargeld als groot risico zien van een leven op straat.