“Nu we TeamUp hebben vind ik het leuk om op een azc te wonen”

Lindsay was vijf jaar oud toen ze met haar ouders Iran ontvluchtte. Ze moest alles achterlaten, de twee huizen van haar familie, haar kamer vol met spullen, haar vriendinnetjes en ook haar lievelingsjuf ging ze niet meer zien: “School in Iran was leuk, want mijn juf daar was heel lief. Zo lief dat ze altijd zei dat ik buiten de deur op haar moest wachten en dan liepen we samen”.

Inmiddels woont Lindsay samen met haar ouders en broertje al drieëneenhalf jaar op een azc in Nederland. Lindsay vindt het in Nederland leuker dan in Iran. “Want als ik in Iran 8 of 9 jaar ben, moet ik aparte kleding aan doen en dan moet ik een soort doek dragen zodat je mijn haar niet meer kan zien. Ook heb je daar een aparte school voor jongens en meisjes. Dat vind ik jammer, dan zou ik mijn boertje niet zien op school. Ik vind Nederland daarom leuker”.
 
In Nederland heeft Lindsay het naar haar zin op school. Ze is het liefst de hele dag bezig met tekenen, gym en spelletjes doen. Dankzij school heeft Lindsay ook een beste vriendin, zij is in Nederland geboren. Samen vormen ze een onafscheidelijk duo, ze doen alles samen: in de klas, maar ook buiten de school. Haar vriendin vindt het leuk om op het azc te spelen vanweg de speeltuin, maar Lindsay speelt liever bij haar vriendin thuis.
 
Want het leven op het azc is niet alleen leuk. Zo heeft Lindsay niet, zoals haar vriendin, een eigen slaapkamer. “Ik vind het niet zo leuk dat ik zo’n klein huis heb en dat ik geen eigen kamer heb en met mijn moeder moet slapen”. Ook is het moeilijk om met het leefgeld extra dingen te doen, maar gelukkig kan Lindsay vaak mee met de ouders van haar vriendin. Samen zijn ze bijvoorbeeld naar de kinderboerderij, het trampolinepark en het strand geweest. Morgen gaan ze waarschijnlijk naar een dierentuin, want in de kinderboerderij waren geen slangen en spinnen te zien. “In Iran ging ik ook vaak naar de dierentuin en dat vond ik heel leuk”.
 

Iedere vrijdag doet Lindsay op het azc mee met de spel- en bewegingsactiviteiten van TeamUp: “Ik vind het niet zo leuk om op een azc te wonen, maar nu we TeamUp hebben vind ik het wel leuk”. TeamUp is er op vaste dagen, tijden en met dezelfde begeleiders. Dit zorgt voor stabiliteit, structuur en een gevoel van veiligheid en verbondenheid voor gevluchte kinderen. Haar beste vriendin was vandaag voor het eerst mee naar TeamUp, Lindsay had haar uitgenodigd: “Ik vind het leuk om TeamUp te laten zien aan mijn vriendinnetje”. Linsday had deze keer geluk, ze deden haar lievelingsspel ‘kat en muis’. Vol enthousiasme renden de kinderen achter elkaar aan, terwijl ‘de katten’ probeerden ‘de muizen’ af te tikken.
 
TeamUp biedt niet alleen plezier, maar leert kinderen ook spelenderwijs om te gaan met hun emoties zoals boosheid, angst en verdriet. Voor- en na de TeamUp-activiteiten wordt altijd aan de kinderen gevraagd hoe het met hen gaat. Kinderen leren om hun emoties te herkennen, deze te uiten en hiermee om te gaan. Doordat de activiteiten in een groep zijn, komen ze in contact met leeftijdsgenootjes en worden nieuwe vriendschappen gesloten. Het programma biedt kinderen een veilige ruimte om stress en spanning los te laten, zodat zij weer even helemaal kind kunnen zijn. Lindsay: “ik word heel blij van TeamUp, na TeamUp ben ik nog meer blij.” Als Lindsay zich niet zo fijn voelt tijdens TeamUp dan kan ze aan de zijkant gaan zitten op de mat, “maar dat is nog nooit gebeurd”. De vaardigheden die kinderen bij TeamUp opdoen zijn gekoppeld aan sociaal emotionele thema’s, die komen weer van pas in hun dagelijks leven.
 
Lindsay kijkt uit naar de toekomst. “Als ik een verblijfsvergunning krijg, dan krijg ik misschien een televisie en dan mag ik wanneer ik wil iPad kijken. Mijn broertje mag dat natuurlijk niet, want hij kijkt dan de hele dag“. Later als ze groot is, wil Lindsay graag politieagent en advocaat worden. En ze wil een dierenwinkel hebben, zodat ze veel dieren kan verkopen.  
 
* De naam Lindsay is om veiligheidsredenen gefingeerd.

TeamUp is een programma van Save the Children, UNICEF Nederland en War Child.