Kunnen humanitaire principes en de internationale rechtsorde overleven in een wereld waarin macht steeds vaker leidend is? Directeur Pim Kraan stelde deze vraag centraal in zijn openingslezing van de 81e Leergang Buitenlandse Betrekkingen (LBB) bij het Instituut Clingendael. Pim deelde zijn visie op de realiteit van humanitaire hulp in een veranderlijke wereldorde. Een passende inleiding op het LBB-programma, waar deelnemers met verschillende achtergronden een dieper inzicht krijgen in de hedendaagse geopolitiek.
In ons werk zien we dat strijdende partijen zich niet houden aan de regels die burgerslachtoffers moeten voorkomen. Het heeft grote gevolgen voor de kinderen van deze wereld. Gaza, de Westelijke Jordaanoever, Myanmar, Oekraïne, Sudan, Libanon, Haïti. Ziekenhuizen en scholen zijn doelwit. Bruiloften en begrafenissen. In 2025 groeide één op de vijf kinderen op in een conflictsituatie (SWOC, 2025). We lezen het op het nieuws op onze telefoon, en scrollen snel verder. De hoeveelheid ellende in het nieuws maakt ons murw. Maar dat zou niet moeten. We moeten gealarmeerd zijn: het gaat namelijk over ons.
Al in de 19e eeuw besloten we toch dat burgers moeten worden ontzien, en dat strijdende partijen recht hebben op verzorging van hun gewonden? We wilden af van barbaarse strijdmethoden. Toch? Vandaag de dag is dat niet anders. Voor een betere bescherming zijn echter geen nieuwe verdragen nodig. Wel moet bestaande wetgeving consequent, volledig en vanuit een kindvriendelijk perspectief worden toegepast.
Humanitaire principes
Humanitair werk gaat niet alleen over gewapende conflicten. Het gaat ook over ons werk na natuurrampen. Over medemenselijkheid in crises. We kennen de humanitaire principes: menselijkheid, onpartijdigheid, onafhankelijkheid en neutraliteit.
Neutraliteit is niet hetzelfde als stil zijn. Als zwijgen. Save the Children is onpartijdig en neutraal in onze operaties, maar niet stil als het om kinderen en kinderrechtenschendingen gaat. Bij conflicten kiezen wij de kant van kinderen, en schromen we ons niet om partijen op te roepen hun verantwoordelijkheid te nemen en het internationale recht te respecteren. Naming and shaming hoort daarbij. In sommige gevallen is het dan nodig om je eigen overheid te bekritiseren, voor de unieke staatsrechtelijke en volkenrechtelijke verplichtingen, die namens jou niet worden nagekomen. Niet alleen organisaties als Save the Children hebben hierbij een rol te spelen. Ook als burger kun je de overheid tot de orde roepen. Dat is hard nodig en gelukkig gebeurt dat ook.
Wat ik zelf heb gezien
In 1991 was ik eerst bij de Koerden in Turkije en Irak en daarna in Liberia. Ik opereerde achter de rebellen linies van de later gearresteerde en veroordeelde Charles Taylor. Een brute rebel. Nietsontziend. Maar gesprekken met zijn commandanten, behelsden het oorlogsrecht om onze veiligheid en onze aanwezigheid mee te verankeren. Veelal waren dat gesprekken van man tot man. Zo zei Jack the Rebel in een gesprek over mensenrechten, dat ik nog eens zou sneuvelen voor mijn principes en hij waarschijnlijk aan een kogel door zijn kop, maar dat we elkaar toch begrepen. ‘Don’t shoot the Red Cross,’ zei een 14-jarig kindsoldaat tegen zijn maatje, toen die zijn geweer op ons voertuig richtte.
Opkomst van internationaal recht
De Geneefse Conventies waren mooi op papier, maar waren overduidelijk niets waard voor de slachtoffers die daar gevallen waren. In de jaren 90 werden hier in Den Haag, stad van vrede en recht, dan ook de internationale tribunalen voor Joegoslavië en Rwanda opgericht. Er heerste een internationale drang, een geloof, om internationaal recht te bevorderen, en nabestaanden en overlevenden de gerechtigheid te geven waar zij recht op hadden en hebben.
In diezelfde periode kwam ook het VN-Kinderrechtenverdrag tot stand. Save the Children's oprichtster, Eglantyne Jebb, schreef al in 1924 de basis voor dit verdrag middels de Declaratie voor de rechten van het kind. Ze was geïnspireerd geraakt door het zien van hoe de kinderen van de vijand, kinderen uit het Habsburgse Rijk, in Oostenrijk en Hongarije, moesten lijden door de blokkades van de geallieerden na de Eerste Wereldoorlog onder leiding van de Britse regering. Ze stond daartegen op. Geen kind is immers een vijand.
Artikel 90 Grondwet
In 1996 ging ik aan de slag als ambtenaar bij het ministerie van Buitenlandse Zaken. Bij mijn indiensttreding zwoer ik mijn trouw en plicht aan de grondwet. Artikel 90 van de Grondwet bepaalt dat de regering verantwoordelijk is voor het bevorderen van de internationale rechtsorde. Lees: dat Nederland bijdraagt aan vrede, veiligheid en bescherming van de mensenrechten wereldwijd. Dat moet de regering doen, namens ons.
De ontwikkeling van humanitaire hulp
Van 1945 tot ongeveer 1990 werd hulp ingezet als geopolitiek instrument, om landen te behoeden voor het communisme. In de jaren 90 werd hulp meer gebaseerd op noden, meer mensgericht. Na 11 september 2001, tot 2010 werd hulp vooral ingezet als veiligheidsinstrument. De budgetten voor Official Development Assistance (ODA) groeiden sterk. De tsunami in Azie, 2004 en de aardbeving in Haïti in 2010 vormden een wake-up call voor de humanitaire sector. Niet omdat er te weinig hulp was, maar omdat de vraag opkwam of we de hulp wel op de juiste manier organiseerden. De jaren daarna stonden in het teken van professionalisering en effectievere hulpverlening: meer lokaal leiderschap, meer accountability, meer transparantie, sterkere coördinatie via het clustersysteem, minder overhead en meer aandacht voor weerbaarheid naast levensreddende hulp.
Humanitaire hulp nu
Juist op het moment dat de sector beter werd in de vraag hóe we hulp organiseren, veranderde de wereldorde en kwam hulp opnieuw onder druk door nationale belangen, geopolitieke competitie en afbrokkelend multilateralisme. Eigen belang eerst. Opnieuw wel de dominee spelen en preken tegen anderen, maar niet alles onverkort op jezelf toepassen, zeker niet als het de handel en het eigen verdienmodel raakt. Humanitaire hulp werd een bilateraal instrument, genaamd vredesdividend. Dat gaat hand in hand met het stelselmatig ondermijnen van het multilateralisme (VN). De wereldorde verandert. Buitenlands beleid wordt strategischer en op basis van eigenbelang eerst. Humanitaire ruimte (toegang tot slachtoffers, respect voor het humanitair mandaat, veiligheid) staat onder druk. Tegelijkertijd blijven de noden explosief stijgen.
Obstakels voor hulpverlening en humanitair werk
De laatste paar jaren zien we het aantal aanvallen op humanitaire medewerkers blijven stijgen. Hulp wordt voor militaire doelen getraineerd. Vrachtwagens geladen met bederfelijk voedsel, water en medicijnen staan stil in de zon bij de check-points. Aanvallen op mensen die in de rij staan voor hulp. Medewerkers worden gevangengenomen en gemarteld in bijvoorbeeld Jemen. Organisaties worden toegang ontzegd tot landen vanwege hun kritiek op regeringen.
Westerse hypocrisie
De humanitaire architectuur is Westers, zo wordt het ook gezien in andere delen van de wereld. De wereld ziet hoe het Westen met twee maten meet. We staan recht achter Oekraïne, maar bij andere conflicten zijn we niet thuis (Sudan, Palestijnen, Haïti). We staan te springen om Syriërs terug te sturen zodra het regime van Assad valt, terwijl heel het land verwoest is. Omdat we van vluchtelingen af willen, terwijl we weten dat het niet leefbaar is daar en de mensenrechten niet zijn gegarandeerd. Er worden gesprekken gevoerd over de wederopbouw van Gaza, terwijl een wapenstilstand niet eens wordt nageleefd. Het opzetten van zogenaamde terugkeerhubs in derde landen waar de mensenrechten zwaar onder druk staan, waar we vluchtelingen en uitgeprocedeerde asielzoekers willen dumpen.
Een nieuwe wereldorde
We zien een verschuiving van lidstaten die een voortrekkersrol nemen in humanitaire diplomatie. Waar eerder het Westen hoog van de morele toren blies, zien wij nu bijvoorbeeld de Golfstaten zich nadrukkelijker bezighouden met humanitaire diplomatie. Nicaragua spant een zaak aan tegen Duitsland voor medeplichtigheid aan genocide op de Palestijnen. Nieuwe multilaterale mechanismen zien het licht: De Petro Yuan, de Islamic Development Bank, de BRICS, the Hague group etc.
Dat landen regels overtreden is van alle tijden. Maar nu zien we dat steeds meer landen het vertrouwen verliezen dat die regels ook daadwerkelijk voor iedereen gelijk gelden. Als staten geloven dat regels selectief worden toegepast, waarom zouden zij zich er dan nog door laten leiden? Waarom zouden actoren luisteren naar internationale normen en naar het veroordelende vingertje van Westerse landen als deze zelfde landen zich daar zelf niet altijd aan houden. We zien nieuwe partners verschijnen. Rusland bood veiligheidssamenwerking aan via de Wagnergroep. China investeert in wegen, spoorlijnen, havens en energievoorziening. Projecten die zichtbaar zijn en tastbaar resultaat opleveren, terwijl de VS USAID afschaft en het Internationaal Strafhof ondermijnt. Rusland en de China spelen handig in op deze ontwikkelingen door zich te afficheren als gelijke partner, terwijl ze verregaande economische (en soms militaire) afhankelijkheid creëren.
Impact van geopolitiek
We zien nu dat geopolitieke concurrentie terugkeert. Veiligheid en defensie krijgen een hogere prioriteit. Nationale belangen worden explicieter. Dat zien we terug in de wereldwijde afschaling van ODA-budgetten, in de ontmanteling van USAID, in de Humanitarian Reset, maar ook in de toenemende politieke voorwaarden die aan hulp worden gekoppeld. Kortom: solidariteit heeft plaatsgemaakt voor eigenbelang en politieke conditionering van hulpgelden.
Tegelijkertijd zien we nieuwe manieren van oorlogsvoering ontwikkelen. Onrust in en sluiting van de Straat van Hormuz heeft impact op de operaties en kosten van humanitaire hulp. Brandstof en voedseltekorten leiden tot onrust. Oorlogsvoering blijft zich doorontwikkelen richting totale oorlogsvoering. Er komen nieuwe ‘humanitaire actoren’ (zoals Trump’s Board of Peace), waarvan hun intenties sterk bekritiseerd kunnen worden.
Hoopvol blijven
Er zijn ook redenen om hoopvol te zijn. Humanitaire hulp werkt. Sinds 1990 is wereldwijd het percentage van kindersterfte onder de vijf jaar met zo’n 60% afgenomen. Deze ontwikkeling is toe te wijden aan betere toegang tot vaccinaties, voedzame voeding, betere controle over kinderziekten, en bredere beschikbaarheid van opgeleid zorgpersoneel bij de geboorte.
Kinderen en jongeren laten steeds meer van zich horen, en worden steeds meer gehoord. We shiften de power naar kinderen en jongeren. Dat vraagt om reflectie van volwassenen, om kinderen de ruimte te geven om gehoord te worden. Om hen serieus te nemen. Want daar hebben ze recht op. Daar wordt de hulpverlening beter van. We sluiten beter aan bij de behoeften van kinderen. We horen hun ideeën over wederopbouw. We delen de macht met kinderen en jongeren.
Maatschappelijk draagvlak is nog steeds heel groot. Dat blijkt uit onder andere geefgedrag en zien we terug in onze fondsenwerving. We zien het in demonstraties. De Rode Lijn demonstratie bracht eerst 100.000, toen 150.000, en bij de laatste actie zelfs 250.000 demonstranten op de been. En niet alleen in Nederland. Golven van Rode Lijn demonstraties volgden wereldwijd. Iedere donderdag protesteren ambtenaren voor het ministerie van BZ, en herinneren zij hun collega's aan de eed die zij allen hebben afgelegd. We putten steun uit elkaar.
Blijf je uitspreken
Kunnen humanitaire principes en de internationale rechtsorde overleven in een wereld waarin macht steeds vaker belangrijker lijkt dan regels? Ja, dat kan, maar dat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid. Het zijn geen natuurwetten. Humanitaire principes en de internationale rechtsorde bestaan alleen zolang mensen ervoor kiezen ze te verdedigen. Dat is niet alleen de verantwoordelijkheid van hulporganisaties. Het is een morele en een juridische plicht, waar we allemaal, klein of groot, in professionele of in persoonlijke capaciteit, aan moeten bijdragen.