‘Door regering in de steek gelaten kinderen kwijnen weg in Syrische kampen’

De rijkste landen ter wereld slagen er niet in om kinderen te repatriëren die vastzitten in kampen in noordoost Syrië, volgens een nieuw rapport van hulporganisatie Save the Children. 

Kinderen en jongeren vertellen dat ze ‘wegkwijnen’ en iedere dag opnieuw bang zijn voor geweld, ziektes en branden. 

Het vandaag gepubliceerde rapportWanneer kan ik beginnen met leven?’ beschrijft de dringende noodzaak om buitenlandse kinderen die in de Al Hol en Roj kampen in het noordoosten van Syrië vastzitten, terug naar hun thuisland te brengen. De leefomstandigheden in de kampen zijn dusdanig slecht, dat ongeveer 40.000 kinderen worstelen om in leven te blijven. In het Al Hol kamp overlijden gemiddeld twee kinderen per week aan oorzaken zoals ondervoeding, vervuild drinkwater en onvoldoende medische hulp. Daarbovenop werden dit jaar tot nu toe al 73 kinderen vermoord. In het Roj kamp geeft 55 procent van de huishoudens aan gevallen te kennen van kinderarbeid waarbij kinderen jonger dan elf jaar betrokken zijn.

“Ik ben constant bang in het kamp. De mensen hier blijven maar vechten. Als ik ze hoor schreeuwen dan bedek ik mijn oren met mijn handen. Terwijl ze dreigen met messen roepen ze dingen als ‘je gezicht gaat eraan!’”, vertelt Bushra (10) (niet haar echte naam) uit Turkije.

Verantwoordelijkheid nemen

Veel mensen in de kampen komen uit Syrië en Irak en zijn gevlucht voor IS. Ook wonen er vrouwen en kinderen uit ongeveer 60 andere landen, waaronder Nederland. Veel van hen woonden tegen hun wil in IS-gebied, bijvoorbeeld omdat ze als kind werden verhandeld en in Syrië terechtkwamen. Save the Children benadrukt dat regeringen van deze landen hun verantwoordelijkheid moeten nemen en kinderen en hun families veilig thuis moeten brengen, zoals vastgelegd in het VN Kinderrechtenverdrag.

Sonia Khush van Save the Children Syrië: “Nu zien we dat overheden deze kinderen, in feite oorlogsslachtoffers, gewoon in de steek laten. Tot dusver wordt 83 procent van de repatriatie-operaties door Oezbekistan, Kosovo, Kazakstan en Rusland georganiseerd. Overige landen moeten dit voorbeeld volgen, zodat deze kinderen kunnen herstellen en gebruik kunnen maken van de gespecialiseerde zorg die zij zo hard nodig hebben.”

Nederlandse kinderen

Save the Children wil dat ook de Nederlandse regering zich harder inzet om Nederlandse kinderen en hun moeders terug te halen. Eerder slaagde een Nederlandse delegatie erin om 5 kinderen te repatriëren. “Een mooi begin, maar het is verre van genoeg”, zegt Pim Kraan, directeur van Save the Children Nederland. “In de kampen verblijven momenteel nog steeds 75 kinderen met een Nederlandse afkomst. Hoe langer de kinderen in de kampen blijven, hoe groter de mentale en fysieke impact. Deze kinderen hebben hulp en bescherming nodig, want ze zijn allereerst slachtoffer en bovenal vooral nog kind.”

Save the Children Nederland doet daarom opnieuw een dringend beroep op het demissionaire kabinet om hen te repatriëren en de kinderen hier te beschermen. Daarbij is berechting van de moeders noodzakelijk en moet, in het geval van Nederlandse moeders, hier plaatsvinden.

Teams van Save the Children blijven onder gevaarlijke omstandigheden doorgaan met het verlenen van noodhulp aan de ontheemde kinderen en hun families. Save the Children is de grootste hulporganisatie in kamp al Hol en kamp al Roj, waar momenteel 60.000 mensen, waaronder 40.000 kinderen, verblijven.