Israël maakt Palestijnse kinderen bewust doelwit. In hun huizen, op weg naar school, bij voedselpunten, op vluchtroutes en zelfs wanneer ze met een vlieger aan het spelen zijn. 20.179 kinderen zijn gedood. 44.143 kinderen zijn gewond geraakt. Meer dan 350 kinderen worden gevangenhouden. Met de dag lopen de aantallen op. We zijn de rode lijn ver voorbij.
Dat is de reden dat wij sinds mei 2025 meelopen in de Rode Lijn. Niet om onze zorgen te uiten. Om de Nederlandse politiek te laten doen wat het internationaal recht van haar vraagt: kinderen zijn geen doelwit en moeten ten alle tijden worden beschermd.
De vraag die ons het vaakst wordt gesteld: levert dat iets op? Het eerlijke antwoord: te weinig, maar niet niets. Dat verschil is belangrijk.
Wat de Rode Lijn is
Op 18 mei 2025 liepen ruim 100.000 mensen in het rood van het Malieveld naar het Vredespaleis. Het was de grootste demonstratie in Nederland in ruim twintig jaar. Op 15 juni 2025 trok voor een tweede keer een rode lijn van dit keer 150.000 mensen door Den Haag. De derde Rode Lijn werd overtroffen met 250.000 deelnemers in Amsterdam. In totaal trokken 500.000 mensen een Rode Lijn.
De eerste demonstratie kwam voort uit 97 maatschappelijke organisaties. Save the Children hoort daarbij, samen met Amnesty International, Oxfam Novib, Pax, Artsen zonder Grenzen en de FNV.
De eis is steeds dezelfde gebleven. Nederland moet stoppen met bijdragen aan schendingen van internationaal recht. Dat is geen politieke voorkeur. Dat is een verplichting die Nederland zelf heeft ondertekend.
Dit ligt er nu wel
Sinds de eerste Rode Lijn is de Nederlandse positie verschoven. Drie dingen zijn concreet.
Producten uit nederzettingen mogen Nederland niet meer in. Sinds 22 september 2026 geldt een nationaal verbod. Importeren, kopen, verkopen en tussenhandel mogen niet meer. Het kabinet noemt dit invulling van zijn plicht om niet bij te dragen aan een onrechtmatige situatie (Rijksoverheid). Het besluit volgt op moties uit de Kamer (Tweede Kamer).
Er gaan geen Nederlandse F-35-onderdelen meer naar Israël. Voor militaire goederen die de Israëlische krijgsmacht kunnen ondersteunen, geeft het kabinet geen vergunningen af (Kamerverslag).
De Kamer wil van de Israëlische wapenindustrie af. Een aangenomen motie vraagt de regering die afhankelijkheid af te bouwen (motie-Teunissen).
Wij kunnen niet bewijzen dat dit komt door de mensen op het Malieveld. Dat zou gissen zijn. Wel weten we dit: het onderwerp verdwijnt niet meer van de agenda. In elk debat komt het terug.
Dit ligt er niet
Een importverbod op dadels stopt geen bombardement. Dat is de kern van ons ongeduld.
Nederland erkent de Palestijnse staat nog steeds niet. Een motie daarover heeft de Kamer verworpen (motie-Teunissen, april 2026). Er is geen volledig wapenembargo. Nederland koopt nog altijd militair materieel bij Israëlische leveranciers. De Kamer vraagt in nieuwe moties om te stoppen met nieuwe contracten (motie-Van Baarle, juli 2026).
Ook het verbod zelf kent gaten. De Raad van State en het Openbaar Ministerie wijzen op lastige handhaving. Goederen kunnen via een ander EU-land alsnog binnenkomen (Tweede Kamer).
Intussen verandert er voor kinderen weinig. Meer dan 637.000 kinderen in Gaza zitten niet op school. Meer dan 9 op de 10 schoolgebouwen zijn verwoest of onbruikbaar. Palestijnse kinderen zitten vast zonder aanklacht, zonder advocaat, zonder ouders erbij.
Zolang dat doorgaat, is geen enkele maatregel genoeg.
Waarom we de straat op blijven gaan
Er is een verhaal dat demonstreren niets uithaalt. Dat verhaal klopt niet. Vier jaar geleden was een nationaal handelsverbod ondenkbaar. Nu staat het in het Staatsblad.
Veranderingen in beleid gaan zelden in één klap. Ze gaan stap voor stap, en elke stap kost druk. Wat er nu ligt, is de bodem. Niet het plafond.
Daarom vragen wij drie dingen van de politiek. Erken de Palestijnse staat. Stop alle wapenhandel met Israël, in beide richtingen. Houd kinderrechten centraal in elk contact met Israël.
Op 8 november trekken we opnieuw een Rode Lijn. Kom je mee?