Hier betalen we de prijs van de oorlog in benzine, daar in de getroffen regio betalen kinderen het met hun leven. De stijgende olieprijs zorgt voor minder levensreddende hulp in conflictgebieden. De gevolgen zijn nu al zichtbaar: hogere transportkosten, stijgende voedselprijzen en vertragingen in leveringen. Dit leidt tot minder hulpgoederen zoals voedsel, medicijnen en noodvoorzieningen, wat voor kwetsbare kinderen het verschil kan betekenen tussen leven en dood.
Nu het conflict al meer dan zes weken duurt, zijn de prijzen ondanks het voorwaardelijke staakt-het-vuren sterk gestegen. Volgens een nieuwe prognose van Save the Children kan elke stijging van de olieprijs met 5 dollar de kosten van humanitaire hulp met ongeveer 340.000 dollar per maand verhogen. Dat bedrag staat gelijk aan één maand levensreddende hulp voor bijna 40.000 kinderen.
“Elke extra dollar die we moeten uitgeven vanwege hogere olieprijzen, is een dollar die we niet besteden aan kinderen die ons nodig hebben,” aldus Willem Zuidema, Global Supply Chain Director bij Save the Children.
Terwijl wereldleiders bezuinigen op hulpbudgetten, drijft het conflict de kosten op van elke zending, elk maaltijd, elke medische set. Er zijn geen buffers in het systeem. Er wordt van ons gevraagd om meer te doen met minder, terwijl we voor alles meer moeten betalen.