De kloof tussen de belofte en de praktijk van het internationaal recht wordt steeds groter: ondanks de speciale erkenning van kinderen in het internationaal oorlogsrecht lijden kinderen onevenredig zwaar in gewapende conflicten. Collega's Dr Jessica Hazelwood en Claire Nicoll analyseren in een nieuwe wetenschappelijke publicatie waar deze kloof ontstaat en wat er nodig is om die te dichten.
Het bestaande kader van het internationaal humanitair recht is, mits het goed wordt toegepast, toereikend om kinderen de juiste bescherming te geven. Het probleem ligt in de manier waarop de wet wordt geïnterpreteerd en in de praktijk wordt toegepast. Kinderen worden routinematig gezien en behandeld als gewone leden van een burgerbevolking, als een soort ‘mini-burgers’, zonder dat er voldoende rekening wordt gehouden met hun unieke rechten, kwetsbaarheden en behoeften.
Kaders voor het beperken van schade aan burgers zijn namelijk berekend en afgestemd op de meest robuuste leden van de burgerbevolking, in plaats van op de meest kwetsbaren, de kinderen. In de praktijk is dit een fundamentele omkering van de bescherming waar het internationaal recht voor bedoeld is. Terwijl kinderen aantoonbaar zeven keer meer kans lopen verminkt of gedood te worden bij een bombardement, omdat ze kleiner en minder sterk zijn. Kinderen gaan bij gebrek aan voedsel bovendien sneller achteruit dan volwassenen. Kinderen hebben in verhouding tot hun lichaamsgrootte meer voedingsstoffen nodig en hebben minder vet- en energiereserves dan volwassenen. Omdat hun immuunsysteem onvolgroeid is, zijn kinderen gevoeliger voor infecties die door ondervoeding worden verergerd.
Betere bescherming
In het artikel gaat Jessica Hazelwood in op de vraag hoe de bestaande structuur van het internationaal humanitair recht weer de basis kan bieden om kinderen te beschermen. Voor een betere bescherming van kinderen zijn dus geen nieuwe verdragen nodig. Wel moet bestaande wetgeving consequent, volledig en vanuit een kindvriendelijk perspectief worden toegepast. Er moet in elke fase van het conflict rekening worden gehouden met de specifieke kwetsbaarheden van kinderen: van operationele planning en ontwerp, gebruik en juridische toetsing van wapens tot de uitvoering van vijandelijkheden en inspanningen om gerechtigheid te waarborgen. Dat betekent dat er protocollen moeten komen voor oorlogshandelingen, waarbij strijdende partijen worden verplicht extra maatregelen te nemen om kinderen tijdens conflicten te beschermen. Militaire handboeken moeten worden aangepast. AI moet extra worden gereguleerd door menselijk toezicht om te voorkomen dat drones kinderen per vergissing tot doelwit kiezen. En er moeten hardere maatstaven komen in het internationale recht, zodat we sneller over oorlogsmisdaden spreken als het kinderen betreft.
Onmetelijke schade voorkomen
Uiteindelijk vereist dit dat de op volwassenen gerichte vooringenomenheid wordt vervangen door de erkenning van kinderen als een wettelijk aparte categorie van beschermde personen met een lagere drempel voor schade. Het is van cruciaal belang ervoor te zorgen dat deze wettelijke erkenning zich vertaalt in daadwerkelijke, gedifferentieerde en afdwingbare bescherming. Deze inspanning zou onmetelijke schade kunnen voorkomen, en de voordelen zouden verder reiken dan alleen voor kinderen.
Kaders voor het beperken van schade aan burgers die zijn afgestemd op de kwetsbaarste leden van de bevolking, beschermen uiteindelijk de hele burgerbevolking.
Het beschermen van kinderen is daarom geen beperkte vraag – het is een manier om meer schade aan mensen in het algemeen te voorkomen. Het is al dus de hoogste tijd om kinderen beter te beschermen en hun rechten steviger na te leven in het internationaal oorlogsrecht.