Extreme honger Oost-Afrika maakt mogelijk iedere 48 seconden nieuw dodelijk slachtoffer

In de door extreme droogte geteisterde gebieden in Ethiopië, Kenia en Somalië sterft waarschijnlijk elke 48 seconden één persoon door honger.

Dit blijkt uit nieuwe schattingen van Save the Children en Oxfam Novib, afkomstig uit hun nieuwe rapport ‘Dangerous Delay 2: The Cost of Inaction’ dat vandaag gepubliceerd wordt. Beide organisaties vestigen ook de aandacht op het opnieuw falen van de wereldgemeenschap om deze vermijdbare ramp eerder aan te pakken.  

Meer dan tien jaar geleden, in 2011, werd dezelfde regio ook getroffen door een hongersnood waarbij meer dan 260.000 mensen in Somalië omkwamen. De helft van hen waren kinderen onder de vijf jaar. Ook toen reageerde de wereldgemeenschap veel te laat en te traag. Save the Children en Oxfam Novib publiceerden toen hun 1ste Dangerous Delay-rapport. 

Het aantal mensen dat te maken krijgt met extreme honger in deze drie landen is sinds vorig jaar meer dan verdubbeld – van meer dan 10 miljoen tot meer dan 23 miljoen vandaag. Noodzakelijke hulpbudgetten worden amper gefinancierd. Er is 4,4 miljard dollar nodig om de hongercrisis af te wenden, maar op dit moment wordt slechts twee procent daarvan door de internationale gemeenschap gefinancierd. Andere crises, zoals de oorlog in Oekraïne, verergeren ondertussen de hongercrisis in de Hoorn van Afrika, omdat een groot deel van de tarwe-import uit Rusland en Oekraïne afkomstig is.  

Gebrek aan politieke wil 

Save the Children en Oxfam Novib stellen dat de wereld geen gebrek aan voedsel of geld heeft, maar een gebrek aan politieke wil. Rijke landen hebben met succes, en terecht, in één maand meer dan $ 16 miljard opgehaald om de crisis in Oekraïne aan te pakken. Diezelfde landen staken meer dan $ 16 biljoen dollar in hun economieën tijdens de coronapandemie om hun burgers te ondersteunen. 

In het nieuwe rapport, Dangerous Delay 2: The Cost of Inaction, zijn de veranderingen van het humanitaire hulpsysteem sinds 2011 onderzocht. Het constateert dat ondanks een verbeterde reactie op de droogte in Oost-Afrika in 2017, waardoor een wijdverbreide hongersnood werd voorkomen, de nationale en wereldwijde responses te traag en te beperkt blijven om een herhaling vandaag te voorkomen. 

Martine Bergwerff van Save the Children: "Bijna 5,7 miljoen kinderen krijgen tegen het eind van dit jaar te maken met acute ondervoeding. De VN waarschuwt dat er meer dan 350.000 mensen – waaronder kinderen - kunnen sterven als we niets doen. Hoe kunnen we daarmee leven als we het weer laten gebeuren?” 

Dringende actie nodig 

Save the Children en Oxfam Novib roepen op tot dringende actie om de catastrofale hongercrisis in Oost-Afrika aan te pakken: 

  •  Om nu levens te helpen redden, moeten de leiders van de G7 en het Westen onmiddellijk geld beschikbaar stellen om tegemoet te komen aan de VN-oproep van $ 4,4 miljard voor Kenia, Ethiopië en Somalië. 

  • Donoren moeten garanderen dat ten minste 25 procent van het geld naar lokale organisaties gaat die centraal staan in de respons op deze crisis. 

  • Regeringen van Kenia, Ethiopië en Somalië moeten hun sociale zorg opschalen om mensen te helpen het hoofd te bieden aan de effecten van deze crisis. Ze zouden minstens 10 procent van hun budget in landbouw moeten investeren, met bijzondere aandacht voor kleine boeren en vrouwelijke boeren, zoals afgesproken in de Malabo-verklaring van de Afrikaanse Unie van 2014. 

  • Nationale regeringen moeten voorrang geven aan levens boven politiek, door vroegtijdige waarschuwingen te erkennen en ernaar te handelen. Ze moeten sneller nationale noodsituaties melden, nationale middelen verschuiven naar de meest behoeftigen en investeren in maatregelen om de effecten van klimaatverandering te verminderen. 

  • Rijke, vervuilende landen moeten Oost-Afrika betalen voor het verlies en de schade geleden door klimaatverandering. Ze moeten ook de schulden, gemaakt door deze landen voor de periode 2021-2022, kwijtschelden zodat de getroffen landen financiële middelen vrij kunnen maken om mensen te ondersteunen bij het zich aanpassen aan klimaatverandering. 

Persoonlijk verhaal: Leylo (28) uit Somalië 

Leylo (28) arriveerde begin maart in een ontheemdenkamp in het zuidwesten van Somalië, samen met haar zeven kinderen, in de leeftijd van vier maanden tot 12 jaar. Ze moesten drie dagen lopen, af en toe kregen ze een lift op een ezelkar. Ze zijn gevlucht vanwege de droogte. Door de droogte groeiden er geen groenten en sorghum meer op hun kleine stukje land. Ook kwamen hun drie geiten om. Leylo vertelt: “Deze droogte is de ergste die ik ooit heb meegemaakt. Ik heb nog nooit mijn huis hoeven verlaten, maar deze keer hadden we absoluut niets meer. Het was echt moeilijk voor mijn kinderen om te vertrekken omdat ze nog nooit hebben gereisd. Maar ik was bang dat ik ze geen eten kon geven en dat ze ziek zouden worden”.