Zuid-Soedan is het jongste land van de wereld en een van de moeilijkste plekken om kind te zijn. Het land ligt in het noordoosten van Afrika, is ruim vijftien keer zo groot als Nederland ren telt ongeveer zestien miljoen inwoners (National Bureau of Statistics, 2026). Ruim tien miljoen van hen hebben humanitaire hulp nodig. Dat is twee derde van de bevolking (OCHA, humanitair responsplan 2026).
Gewapende conflicten, extreem weer en een vastgelopen economie vermoeilijken de situatie. Kinderen voelen dat het hardst. Met voeding, zorg en een veilige plek om te leren helpt Save the Children ze aan een betere leefomgeving.

Wat is er aan de hand in Zuid-Soedan?
Sinds 2013 zijn er gewapende conflicten gaande in Zuid-Soedan. In maart 2025 laaide het conflict opnieuw op in de regio’s Upper Nile, Jonglei, Unity en de Equatoria-staten.
Overstromingen en droogte verwoesten oogsten en maken wegen onbegaanbaar en de lopende economische crisis maakt eten onbetaalbaar. Deze factoren leiden tot honger en ontheemding: in het tweede kwartaal van 2026 hadden bijna acht miljoen mensen te weinig te eten. Daarbij lopen meer dan twee miljoen kinderen onder de vijf jaar risico op acute ondervoeding (IPC, april 2026).
Tegelijkertijd spelen er gewapende conflicten in Soedan, waar de oorlog mensen over de grens drijft. Daardoor komen er veel Soedanese vluchtelingen naar Zuid-Soedan.
Hoe wij kinderen in Zuid-Soedan helpen
Save the Children werkt sinds 1991 in (Zuid-)Soedan, samen met lokale partners, gezinnen en gemeenschappen. Uit jaarcijfers van onze internationale tak over 2023 blijkt dat onze programma's ruim 1,9 miljoen mensen bereikten, waaronder 1,1 miljoen kinderen. Dit is wat kinderen daarvan merken:
- Gezondheidszorg: we zorgen voor een dokterspost in de buurt, ook als de weg onder water staat.
- Voeding: we screenen kinderen op ondervoeding en behandelen ze voordat ze te zwak worden.
- Onderwijs: we geven les in tijdelijke klaslokalen, zodat het leren niet stilvalt. Volgens onze onderwijscijfers over 2025 volgden ruim 7.300 leraren een training, onder andere in lesgeven aan kinderen met een beperking.
- Bescherming: uit onze cijfers over kinderbescherming in 2025 blijkt dat 945 kinderen persoonlijke begeleiding kregen na geweld, dat 3.417 kinderen psychosociale hulp kregen en dat 533 kinderen werden herenigd met hun familie. Kinderen krijgen onder meer psychosociale hulp in een kindvriendelijke ruimte, waar een kind kan spelen en kan praten over wat het heeft meegemaakt.
Veelgestelde vragen over Zuid-Soedan
-
Is Zuid-Soedan veilig?
-
Geheel Zuid-Soedan heeft sinds eind juli 2026 kleurcode rood. Dat betekent dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken alle reizen ontraadt. (Ministerie van Buitenlandse Zaken, 2026) Het onveiligst zijn de regio’s Upper Nile, Jonglei, Unity en de Equatoria-staten. Daar spelen gewapende conflicten. Voor een kind betekent onveiligheid iets concreets: een school die dichtgaat, een gezin dat moet vluchten of een kliniek die onbereikbaar wordt.
-
Wat is het verschil tussen Soedan en Zuid-Soedan?
-
Soedan en Zuid-Soedan waren tot 9 juli 2011 één land. Sindsdien zijn het twee landen met een aantal verschillen. Soedan is groter, heeft Khartoem als hoofdstad en Arabisch als voertaal. De hoofdstad van Zuid-Soedan is Juba en Engels is hier de voertaal.
In Soedan vecht het leger sinds 2023 tegen de Rapid Support Forces, een paramilitaire militie. In Zuid-Soedan speelt er een intern conflict tussen verschillende partijen dat in 2013 begon. Mensen uit Soedan vluchten daarom naar Zuid-Soedan.
-
Waarom is Zuid-Soedan arm terwijl er olie in de grond zit?
-
De overheid van Zuid-Soedan verdient geld met olie, maar die inkomsten komen nauwelijks bij de bevolking terecht. Het geld wordt grotendeels in de staatskas gestopt.
De olie-inkomsten gaan ook op aan leningen die met olie-inkomsten worden afbetaald. Daarbij ontregelen de lopende conflicten, de kapotte wegen en het gebrek aan elektriciteit de economie. Voor kinderen betekent dat bijvoorbeeld een kapot schoolgebouw zonder leraren en kapotte klinieken zonder medicijnen. Daarom investeren we in wegenbouw en zorgen we voor lesvoorzieningen, leraren en medische zorg.